Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: in de periode van 12 januari 2021 tot en met 8 maart 2023 geldbedragen heeft witgewassen;
3.De voorvragen
De geldigheid van de dagvaarding
4.De beoordeling van het bewijs
- die [aangever] verteld dat er 8 goudbaren moesten worden ondergebracht bij [getuige] en hiervoor geld nodig was, en
- die [aangever] verteld dat die [aangever] 3 goudbaren zou ontvangen, en/of
- die [aangever] mails te sturen als [getuige], en
- die [aangever] verteld dat er geld nodig was om verdachtes familieleden uit te kopen in verband met een erfenis van 1,7 miljoen euro, en
- die [aangever] verteld dat voornoemd geld naar een notaris ging om de erfenis los te krijgen, en
- die [aangever] voor te houden dat verdachte samen met die [aangever] naar de notaris zou gaan om het geld te geven aan betreffende notaris, en
- die [aangever] een kwitantie/briefje te geven waarop werd aangegeven dat verdachte die [aangever] geld schuldig was en terug zou betalen, en
- die [aangever] verteld dat er geld betaald moest worden anders zou het aan de notaris te betalen bedrag weer oplopen, en
- die [aangever] steeds voor te houden dat verdachte het geld aan hem zou terugbetalen,
waardoor die [aangever] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiftes;
onbevoegd gebruik te maken van de pinpasvan die [aangever].
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;
zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 12
januari 2021 tot en met 7 maart 2023 te [plaats 1], gemeente Terneuzen, en/of
Utrecht, in elk geval in Nederland, en/of België
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een
samenweefsel van verdichtsels,
[aangever] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het
verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het
aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
hoeveelheden geld,
hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met voren omschreven
oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of
bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid;
- die [aangever] verteld dat zij, verdachte, diamanten had gekocht en
weer wilde verkopen en hiervoor €60.000 nodig had, en/of
- die [aangever] verteld dat het valse diamanten waren maar zij nog
steeds geld nodig had, en/of
- die [aangever] verteld dat er 8 goudbaren moesten worden
ondergebracht bij [getuige] en hiervoor geld nodig was, en/of
- die [aangever] verteld dat die [aangever] 3 goudbaren zou ontvangen, en/of
- die [aangever] mails te sturen als [getuige], en/of
- die [aangever] verteld dat er geld nodig was om verdachtes
familieleden uit te kopen in verband met een erfenis van 1,7 miljoen
euro, en/of
- die [aangever] verteld dat voornoemd geld naar een notaris ging om de
erfenis los te krijgen, en/of
- die [aangever] voor te houden dat verdachte samen met die [aangever]
naar de notaris zou gaan om het geld te geven aan betreffende notaris, en/of
- die [aangever] een kwitantie/briefje te geven waarop werd aangegeven
dat verdachte die [aangever] geld schuldig was en terug zou betalen, en/of
- die [aangever] verteld dat er geld betaald moest worden anders zou het
aan de notaris te betalen bedrag weer oplopen, en/of
- die [aangever] steeds voor te houden dat verdachte het geld aan hem
zou terugbetalen,
waardoor die [aangever] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);
(art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen), gelegen in of omstreeks de
periode van 12 januari 2021 tot en met 8 maart 2023 te Utrecht,
in elk geval in Nederland, en/of België, (telkens) tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
van (een) voorwerp(en), te weten (een) geldbedrag(en), de herkomst
en/of vindplaats en/of de verplaatsing en/of de rechthebbende, heeft
verborgen en/of heeft verhuld
en/of voornoemd(e) geldbedrag(en), voorhanden heeft gehad en/of
daarvan
gebruik heeft gemaakt, terwijl zij (telkens) wist of redelijkerwijs moest
vermoeden dat de/het geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk of
middellijk, afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
(art 420bis/bis.1/ter/quater/quater.1 van het Wetboek van Strafrecht)
(art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(in totaal) 15.000 euro, in elk geval een hoeveelheid geld, dat/die geheel of ten dele
aan [aangever], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geld onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een
valse sleutel,
door zonder toestemming van die [aangever] met zijn pinpas meermalen te pinnen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art
311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)