Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van een winkelruimte, vastgesteld op €706.000 per 1 januari 2023, en de daarmee samenhangende aanslagen OZB, rioolheffing en zuiveringsheffing. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatierapport waarin een waarde van €753.000 werd genoemd.
De rechtbank heeft het beroep op 4 september 2025 behandeld en concludeert dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan. De argumenten van belanghebbende, waaronder een lagere waarde van €499.000, onjuiste objectafbakening, en onvoldoende rekening houden met coronapandemie en oorlog, zijn niet aannemelijk gemaakt.
Ook het verzoek om verstrekking van aanvullende stukken is afgewezen omdat het taxatierapport als deskundige onderbouwing voldoende is. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde waarde en aanslagen. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn niet is overschreden.