ECLI:NL:RBZWB:2025:6840

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
9 oktober 2025
Zaaknummer
11230725 \ CV EXPL 24-2446
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • De Danschutter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 6:185 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing productaansprakelijkheid producent dakbedekking wegens onvoldoende bewijs lekkage

Eiser heeft in 2012 de dakbedekking van zijn woning laten vernieuwen. In 2022 stelde hij de producent, IKO B.V., aansprakelijk voor waterschade door lekkages. Eiser vordert vergoeding van schade en buitengerechtelijke kosten.

De rechtbank oordeelt dat er geen overeenkomst tussen eiser en IKO bestaat, waardoor een beroep op non-conformiteit niet mogelijk is. Eiser baseert zijn aanspraak op productaansprakelijkheid, gesteund op een onderzoek van KIWA-BDA dat een niet-waterdicht monster zou aantonen. IKO betwist dit onderzoek en stelt dat het onderzochte monster niet van het dak van eiser afkomstig is. Bovendien wijst IKO op gebreken in de verwerking door de dakdekker als mogelijke oorzaak van de lekkages.

De rechtbank concludeert dat niet is komen vast te staan dat de dakbedekking gebrekkig was. Ook het beroep op onrechtmatige daad faalt omdat onvoldoende feiten zijn aangevoerd die onrechtmatig handelen van IKO aantonen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gebrekkige dakbedekking; eiser veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11230725 \ CV EXPL 24-2446
Vonnis van 8 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
wonend in [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
voormalig gemachtigde: mr. J. Bouter,
tegen
IKO B.V.,
gevestigd in Klundert,
gedaagde partij,
hierna te noemen: IKO,
gemachtigde: mr. J.M.C. Wessels.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 september 2024;
- de aanvullende producties van [eiser] ;
- de mondelinge behandeling van 8 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de e-mail van 30 september 2025 van mr. Bouter, waarmee hij zich als gemachtigde onttrekt aan de zaak.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] heeft in 2012 de dakbedekking van zijn woning laten vernieuwen door een dakdekker. De dakbedekking is aan de dakdekker geleverd door VOA Scherpenzeel en geproduceerd door IKO. Op 25 januari 2022 heeft [eiser] IKO aansprakelijk gesteld voor de schade door lekkages met waterschade aan de binnenzijde van de woning tot gevolg. In deze procedure vordert [eiser] betaling van zijn schade ter hoogte van € 7.761,96 en buitengerechtelijke kosten. IKO vindt dat de vordering moet worden afgewezen, omdat er niets mis was met de dakbedekking. Ook betwist IKO de schade.
2.2.
De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen, omdat niet is komen vast te staan dat er iets mis was met de dakbedekking. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
Partijen hebben geen overeenkomst
2.3.
Partijen hebben geen overeenkomst met elkaar. Dat betekent dat [eiser] niet met succes kan stellen dat de dakbedekking niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit, artikel 7:17 BW Pro).
Geen productaansprakelijkheid
2.4.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat IKO als producent aansprakelijk is voor gebreken aan de dakbedekking. Volgens [eiser] blijkt uit het onderzoek dat hij door KIWA-BDA heeft laten uitvoeren dat de dakbedekking niet goed was. De conclusie van KIWA-BDA was dat het door haar onderzochte monster niet waterdicht is. IKO heeft de conclusies van KIWA-BDA gemotiveerd betwist. IKO wijst er op dat KIWA-BDA een stuk dakbedekking heeft onderzocht waarvan niet vaststaat dat dit afkomstig is van het dak van [eiser] , omdat [eiser] zelf een monster heeft opgestuurd. Ook betwist IKO dat op het bewuste dak een eenlaags-dakbedekkingssysteem is toegepast; zij heeft namelijk een tweelaags-dakbedekkingssysteem geleverd. Bovendien heeft IKO zelf ook onderzoek gedaan. IKO is ter plaatse geweest en concludeert dat de dakbedekking er voor de leeftijd nog goed uitziet. Zij heeft opmerkingen over de verwerking van de dakbedekking door de dakdekker. Zo staat in het rapport van IKO dat de hemelwaterafvoer niet goed is verwerkt en de wegbrandfolie nog voor een groot deel aanwezig is, wat betekent dat de dakbanen onvoldoende gebrand zijn. Volgens IKO ligt daarin eerder de oorzaak van de lekkages, want het monster dat door het laboratorium van IKO is onderzocht, is waterdicht.
2.5.
Omdat niet duidelijk is waarvandaan het monster dat [eiser] heeft laten onderzoeken afkomstig is en IKO gemotiveerd de stellingen van [eiser] heeft betwist, is niet komen vast te staan dat de dakbedekking niet waterdicht was. Dat betekent dat IKO niet aansprakelijk is op grond van productaansprakelijkheid (artikel 6:185 BW Pro).
2.6.
Ter zitting heeft IKO bovendien aangevoerd dat de ‘tenzij-clausule’ van artikel 6:185 lid 1 onder Pro b BW van toepassing is. Daaruit volgt dat een producent niet aansprakelijk is als het aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt niet bestond op het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht. IKO wijst er in dit kader op dat het product in 2012 is geleverd en [eiser] ’ klachten over lekkage zijn van 2022. Er zijn geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat [eiser] in de afgelopen tien jaar problemen heeft gehad met deze dakbedekking. Dat betekent dat, zelfs als zou komen vast te staan dat in 2022 de dakbedekking niet waterdicht was, niet is komen vast te staan wat de oorzaak daarvan is en of dat een productiefout kan opleveren. Een lekkage in 2022 betekent dus nog niet dat IKO op grond van productaansprakelijkheid aansprakelijk kan worden gehouden voor een lekkage in dakbedekking van tien jaar oud.
Geen onrechtmatige daad
2.7.
[eiser] doet ook een beroep op onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro). Volgens [eiser] betekent het leveren van dakbedekking die niet waterdicht is dat IKO onrechtmatig heeft gehandeld. De kantonrechter heeft hiervoor al geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat de door IKO geleverde dakbedekking niet goed was. Daarmee komt ook niet vast te staan dat IKO onrechtmatig heeft gehandeld. Bovendien moet een onrechtmatige handeling kunnen worden toegerekend aan IKO. [eiser] heeft op dit punt geen feiten aangevoerd. IKO is dus ook niet aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.
[eiser] moet proceskosten betalen
2.8.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van IKO worden vastgesteld op:
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
813,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Danschutter en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.