Belanghebbende, mantelzorger in Tilburg, kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij parkeerde zonder te betalen, ondanks het bezit van een mantelzorgvergunning. De gemeente hanteert een beleid waarbij mantelzorgvergunningen aan voorwaarden zijn gebonden, waaronder beperkingen in parkeertijden. De heffingsambtenaar stelde dat de vergunning buiten winkelopeningstijden geldig was, maar kon niet aantonen dat belanghebbende hierover tijdig en duidelijk was geïnformeerd.
Belanghebbende ontving tegenstrijdige informatie van de parkeerbeheerder P1 en verwijzingen naar voorwaarden ontbraken in de verleende vergunning. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar door zijn handelen het vertrouwen heeft gewekt dat de vergunning zonder tijdsbeperkingen geldig was, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde.
De naheffingsaanslag van 3 november 2023 wordt vernietigd en belanghebbende krijgt het betaalde griffierecht vergoed. De rechtbank benadrukt dat latere naheffingsaanslagen nog in bezwaar zijn en dat het vertrouwen alleen gold tot de datum van de eerste schriftelijke kennisgeving van beperkingen in maart 2024.