ECLI:NL:RBZWB:2025:6874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij onrechtmatige naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende parkeerde op 23 juli 2023 een auto zonder betaling van parkeerbelasting. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €60,05, waarvan €57,75 aan kosten, terwijl volgens de geldende verordening maximaal €52,75 aan kosten in rekening mocht worden gebracht. De naheffingsaanslag werd uit coulance vernietigd, maar het verzoek van belanghebbende om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag onrechtmatig was vastgesteld doordat de kosten te hoog waren vastgesteld en dat dit aan de heffingsambtenaar te wijten is. De naheffingsaanslag is formeel herroepen doordat het te betalen bedrag is gewijzigd. Daarom is belanghebbende gerechtigd tot een proceskostenvergoeding.
Verder constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan 24 maanden, maar deze overschrijding leidt niet tot een financiële vergoeding vanwege het beperkte belang en de duur van minder dan 12 maanden na de aangekondigde termijn.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze het verzoek om proceskostenvergoeding betreft, veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €500 aan proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht van €51 aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €500 proceskosten en vergoeding van het griffierecht wegens onrechtmatige naheffingsaanslag.