ECLI:NL:RBZWB:2025:6875
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op proceskostenvergoeding bij naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende parkeerde op 9 augustus 2023 een auto zonder direct te voldoen aan de parkeerbelasting. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op, die later uit coulance werd vernietigd vanwege een tijdsverschil van één minuut tussen aanslag en betaling via een parkeerapplicatie.
Belanghebbende verzocht om vergoeding van proceskosten, welke door de heffingsambtenaar werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar geen redelijke termijn heeft geboden om de parkeerbelasting te voldoen, waardoor sprake is van een aan hem te wijten onrechtmatigheid.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag onrechtmatig was opgelegd en dat het afwijzen van de proceskostenvergoeding onterecht was. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn voor uitspraak erkend, maar zonder toekenning van vergoeding.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar voor zover deze de proceskostenvergoeding betrof en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van €1.230,50 aan proceskosten en €51 griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de heffingsambtenaar is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.