ECLI:NL:RBZWB:2025:6882
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur. De auto betrof een gebruikte Mercedes-Benz GLC 220D 4Matic, geïmporteerd uit het buitenland. Er bestond verschil van inzicht over de handelsinkoopwaarde en de schade aan de auto. De inspecteur baseerde de aanslag op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), die geen schade had vastgesteld, terwijl belanghebbende een eigen taxatierapport had met een schadebedrag.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht geen schade in mindering had gebracht omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto meer schade had dan door DRZ vastgesteld. Wel werd de naheffingsaanslag verminderd op basis van een aangepast standpunt van de inspecteur over de historische nieuwprijs en BPM.
Daarnaast werd vastgesteld dat de bezwaarprocedure de redelijke termijn van twee jaar had overschreden met 26 maanden, waardoor belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding. De rechtbank verdeelde deze vergoeding tussen de inspecteur en de Staat. Ook werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak vernietigt het eerdere besluit op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag tot € 3.988, en kent een immateriële schadevergoeding toe van in totaal € 2.500, waarvan € 2.115 voor rekening van de inspecteur en € 385 voor de Staat.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 3.988 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.