ECLI:NL:RBZWB:2025:6884
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft een gebruikte BMW X6 M50i High Executive uit het buitenland ingeschreven in het Nederlandse kentekenregister. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op van € 4.353, gebaseerd op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ) met een handelsinkoopwaarde na schade van € 74.842. Belanghebbende betwistte de hoogte van de schadeaftrek en stelde dat de schade volledig in mindering gebracht moest worden, mede vanwege de leeftijd en kilometerstand van de auto.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade hoger is dan door DRZ vastgesteld. Ook het beroep op een aanvullende waardevermindering wegens het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand door de RDW werd verworpen, omdat er geen gerede twijfel aan de juistheid van de kilometerstand was.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat de norm van 72% schadeaftrek in strijd zou zijn met het Unierecht. De rechtbank bevestigde dat deze norm een gedeeltelijke tegemoetkoming in de bewijslast is en dat belanghebbende de last heeft om een hogere waardevermindering aannemelijk te maken. De naheffingsaanslag werd daarom terecht en naar juist bedrag opgelegd.
Wel werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 2.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar, waarbij de vergoeding werd verdeeld tussen de inspecteur en de Staat. Daarnaast werden proceskosten en griffierechten toegekend aan belanghebbende. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard, met toekenning van vergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.