ECLI:NL:RBZWB:2025:6888
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag BPM op gebruikte geïmporteerde personenauto
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €7.589 opgelegd door de inspecteur naar aanleiding van de inschrijving van een gebruikte geïmporteerde personenauto. De inspecteur baseerde de aanslag op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), waarbij onder meer een historische nieuwprijs van €45.325 en een handelsinkoopwaarde na schade van €17.384 werden vastgesteld.
Belanghebbende voerde aan dat de schade aan de auto ten onrechte onvoldoende was meegenomen en dat een aanvullende waardevermindering wegens het ontbreken van een oordeel over de kilometerstand door de RDW moest worden toegepast. Tevens stelde belanghebbende dat de standaard 72%-norm voor waardevermindering door schade niet transparant is en in strijd met het Unierecht.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schade hoger is dan door DRZ vastgesteld en dat er geen gerede twijfel bestaat over de kilometerstand. De 72%-norm is volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie een redelijke bewijslastverdeling en niet in strijd met het Unierecht. De enquête onder handelaren in tweedehandsauto’s en de stelling dat alleen 100% aftrek van schade het Unierecht waarborgt, overtuigden de rechtbank niet.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.