ECLI:NL:RBZWB:2025:6893

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/437172 FA RK 24-3367
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Leuven
  • De Wit
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 10:20 BWArt. 1:4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging van voornamen wegens persoonlijke identiteit en katholiek geloof

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot wijziging van haar voornamen, nadat zij eerder haar naam had aangepast in verband met een vermeende transgenderidentiteit. Inmiddels heeft zij vastgesteld dat zij geen transgender is en ervaart zij hinder en emotionele onrust door haar huidige naam, die niet aansluit bij haar katholieke geloof en persoonlijke identiteit.

De rechtbank overweegt dat voornamen een middel zijn van persoonlijke en emotionele identificatie en dat een wijziging alleen kan worden toegestaan bij een zwaarwichtig belang. Verzoekster heeft aannemelijk gemaakt dat zij hinder ondervindt van haar huidige naam en dat het verzoek niet in strijd is met artikel 1:4 lid 2 BW Pro.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand heeft geen bezwaar tegen het verzoek. De rechtbank besluit daarom de wijziging van de voornamen toe te wijzen, zodat verzoeksters voornamen voortaan de door haar gewenste nieuwe voornamen zullen zijn.

De beschikking is op 9 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door mr. Van Leuven, in aanwezigheid van mr. De Wit, griffier. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornamen van verzoekster wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/437172 FA RK 24-3367
9 oktober 2025
beschikking betreffende voornaamswijziging
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen verzoekster,
advocaat mr. E.P.J. Appelman.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 24 juni 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- de akte met [nummer] van het jaar 1982 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand;
- de brief van mr. Appelman van 31 juli 2025 met bijlage;
- de op 29 augustus 2025 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna te noemen belanghebbende.
1.2. Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wijziging van de voornaam van verzoekster.

3.De beoordeling

3.1.
Uit voormelde geboorteakte blijkt dat de voornamen van verzoekster op grond van de beschikking van de rechtbank van 18 augustus 2021 zijn gewijzigd, in die zin dat haar voornaam nu ‘ [verzoekster] ’ is.
3.2.
Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft.
3.3.
Nu verzoekster in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, nu de woonplaats van verzoekster binnen haar rechtsgebied is gelegen.
3.4.
Aangezien verzoekster de Nederlandse nationaliteit heeft, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek.
3.5.
Verzoekster verzoekt haar voornaam te wijzigen, in die zin dat haar voornamen voortaan ‘ [nieuwe voornamen] ’ zullen zijn. Zij legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Rond 2021 meende zij te concluderen dat zij transgender was. Vanwege de wachtlijsten bij de genderpoli heeft zij er destijds voor gekozen om, anticiperend op een geslachtsverandering, alvast via de rechtbank haar voornamen te laten wijzigen in ‘ [verzoekster] ’. Zij heeft veel spijt van deze beslissing. In haar verlangen om ergens bij te horen liet zij zich beïnvloeden door een omgeving waarin het thema genderverandering veelbesproken was. Zij paste zich aan aan de verhalen van anderen, uit een overlevingsmechanisme dat zij nu herkent als kenmerkend voor haar autisme. Na haar naamswijziging realiseerde zij zich dat zij haar naam en daarmee haar identiteit had aangepast uit angst en onzekerheid, niet vanuit overtuiging. Vooral het verlies van haar doopnamen voelde als een onomkeerbare breuk met wie zij in wezen was. Inmiddels weet zij dat zij geen transgender persoon is. De naam ‘ [verzoekster] ’ voelt voor haar als een pijnlijk symbool van een periode waarin zij zichzelf verloor. Zij gebruikt deze naam dan ook niet meer. De schaamte, het schuldgevoel en de geestelijke onrust die de naamswijziging teweegbrachten, hebben een diepe impact op haar. Zelfs de kleinste sociale handelingen zijn beladen geworden. In haar zoektocht naar herstel vond zij opnieuw kracht en troost in haar katholieke geloof. De verbinding met God, met haar oorsprong, en met haar doopnamen kreeg opnieuw betekenis. Juist daarom verlangt zij nu naar een terugkeer naar haar oorspronkelijke identiteit: ‘ [naam 1] ’, met de toevoeging van ‘ [naam 2] ’. Recent hoorde zij dat haar moeder bij haar geboorte had gewild dat zij ook de naam ‘ [naam 2] ’ zou dragen, maar dat haar vader was vergeten dit door te geven. De ontdekking van dit verhaal voelde voor haar als een liefdevol gemis dat nu, via de naamswijziging, alsnog kan worden geheeld.
3.6.
Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek.
3.7.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW Pro niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
3.8.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoeker. Daarbij is in aanmerking genomen dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij hinder ondervindt van het feit dat haar huidige officiële voornaam ‘ [verzoekster] ’ niet aansluit bij haar identiteit: een vrouw met een katholieke geloofsovertuiging. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW Pro geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Loon op Zand de voornaam van verzoekster, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 1982 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornamen voortaan luiden: ‘ [nieuwe voornamen] ’.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, en in tegenwoordigheid van
mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.