ECLI:NL:RBZWB:2025:6903

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/434128 / JE RK 25-660
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvJeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp na vinden geschikte vervolgplek

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige te verlengen van 25 augustus 2025 tot 25 oktober 2025. Eerder was een machtiging verleend van 25 april 2025 tot 25 augustus 2025, omdat er geen passende verblijfplek beschikbaar was.

In de procedure is gebleken dat na intensieve overleggen en bezoeken een passende vervolgplek is gevonden bij een andere hulpverleningsinstelling in een andere plaats. De minderjarige heeft positief gereageerd op deze plek en de gemeente heeft ingestemd met de hulpverlening. Hierdoor heeft de GI het resterende verzoek ingetrokken.

De kinderrechter oordeelt dat de GI geen belang meer heeft bij het resterende verzoek en wijst dit af. In een brief aan de minderjarige spreken de kinderrechters hun waardering uit voor de inzet van de minderjarige en wensen zij hem succes toe bij de nieuwe plek. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het resterende verzoek om machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen omdat een passende vervolgplek is gevonden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/434128 / JE RK 25-660
Datum uitspraak: 29 augustus 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. N. van Vliet te Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
is in de procedure gekend:
-
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van de kinderrechter van 25 april 2025 en alle daarin vermelde stukken;
  • het verslag van de GI van 4 augustus 2025.

2.De nadere feiten

2.1.
Bij voornoemde beschikking van 25 april 2025 is een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend met ingang van 25 april 2025 tot 25 augustus 2025. Daarnaast is de beslissing ten aanzien van het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp aangehouden tot de zitting van 20 augustus 2025 in afwachting van het bericht van de GI zoals weergegeven in 5.5. van deze beschikking. In deze beschikking heeft de kinderrechter overwogen dat gebleken is dat er geen passende verblijfplek voor [minderjarige] beschikbaar is. Er is geen enkele zorgaanbieder waar [minderjarige] kan/mag verblijven en waar hij de voor hem juiste behandeling kan krijgen. Wat de kinderrechter betreft is er dan ook geen andere mogelijkheid meer dan dat voor [minderjarige] , in samenspraak met de gemeente Tilburg, [organisatie] ( [naam 1] ), en alle andere nauw bij [minderjarige] betrokken personen, een maatwerkplek voor [minderjarige] gerealiseerd wordt. Om dit te kunnen bewerkstelligen is op korte termijn met alle betrokkenen een overleg noodzakelijk, waarin door de gemeente Tilburg de volgende vragen worden beantwoord:
  • Wie neemt juridisch en praktisch de verantwoordelijkheid voor het wooncomponent op zich?
  • Hoe ziet de constructie eruit, en wat is juridisch en inhoudelijk mogelijk binnen de Jeugdwet, met het oog op de WMO ( [minderjarige] wordt pas op [geboortedag] 2026 achttien)?
  • Wie draagt zorg voor gedeelde financiering van huisvesting, begeleiding en behandeling?
  • In het belang van [minderjarige] acht de kinderrechter het noodzakelijk dat bovengenoemde vragen zo spoedig mogelijk door de gemeente [woonplaats] worden beantwoord en dat binnen een termijn van vier maanden de maatwerkplek geregeld móet zijn, dan wel in een ver gevorderd stadium geregeld is. Er is geen tijd te verliezen.
2.2.
[minderjarige] verblijft op grond van voornoemde machtiging bij [accommodatie] te [plaats 1] .

3.Het resterende verzoek

3.1.
Thans ligt ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van twee maanden, te weten van 25 augustus 2025 tot 25 oktober 2025.

4.De nadere standpunten

4.1.
Namens de GI is in haar verslag van 4 augustus 2025 aangevoerd dat er na de zitting van 25 april 2025 veel verschillende overleggen hebben plaats gevonden, waarbij gezocht is naar een passende behandeling en vervolgplek voor [minderjarige] . Op 27 juni 2025 vond er een bezoek plaats van [hulpverlening 1] aan [hulpverlening 2] in [plaats 2] . Het team van [hulpverlening 2] werkt vanuit nabijheid, structuur en vertrouwen, net als [hulpverlening 1] . [hulpverlening 2] benoemde dat hun aanpak aansluit bij jongeren met complexe achtergronden, zonder daarin te verzanden in strakke protocollen. Er is bij hen ervaring, draagkracht en bereidheid om maatwerk te leveren. [hulpverlening 2] heeft korte lijnen naar dagbesteding, werk en onderwijs. Ook sportmogelijkheden zijn aanwezig, waaronder meerdere sportscholen op loopafstand. [hulpverlening 2] denkt actief mee over vervolgstappen richting zelfstandigheid. [hulpverlening 2] kan [minderjarige] ook behandeling gaan bieden, waardoor de inzet van Fivoor niet meer nodig zou zijn. [hulpverlening 2] ziet verder de meerwaarde van continuïteit, persoonlijk contact en de opgebouwde vertrouwensband tussen [minderjarige] en het team van [hulpverlening 1] . Er is vanuit [hulpverlening 2] uitgesproken dat zij samen met [hulpverlening 1] willen optrekken in het bieden van een stabiele overgang en begeleidingstraject. Na het bezoek aan [hulpverlening 2] heeft [hulpverlening 1] een uitgebreid gesprek gevoerd met [minderjarige] over deze mogelijke plek. [minderjarige] gaf aan enthousiast te zijn, mede door het feit dat de locatie midden in de stad ligt en hij online zelf ook een positieve eerste indruk kreeg. [minderjarige] zei daarbij letterlijk dat als [hulpverlening 1] het idee heeft dat dit de beste plek is voor hem, hij daar volledig op durft te vertrouwen. Op 29 juli 2025 heeft er een kennismakingsgesprek plaatsgevonden tussen [minderjarige] en [hulpverlening 2] . Zowel [minderjarige] als [hulpverlening 2] hebben dit gesprek als positief ervaren. Naar aanleiding hiervan heeft gemeente Tilburg ingestemd met de offerte van [hulpverlening 2] en de voorgestelde hulpverlening. [hulpverlening 2] en [hulpverlening 1] hebben onderling overleg gevoerd over de samenwerking en de inzet van hulp. [minderjarige] zal op zeer korte termijn bij [hulpverlening 2] worden geplaatst. Gezien deze ontwikkelingen trekt de GI het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp in.

5.De beoordeling

5.1.
Uit voornoemd verslag van de GI blijkt dat er een vervolgplek voor [minderjarige] is gevonden en wel bij [hulpverlening 2] in [plaats 2] . [minderjarige] kan op zeer korte termijn bij [hulpverlening 2] worden geplaatst. Gelet hierop trekt de GI het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp in.
5.2.
Nu de GI het resterende deel van haar verzoek heeft ingetrokken, heeft de GI geen belang meer bij een beslissing hierop. De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek dan ook afwijzen.
5.3.
[minderjarige] is meerdere keren bij de rechtbank verschenen en heeft altijd met dezelfde twee kinderrechters gesproken. Ondanks het feit dat de verzoeken van de GI worden ingetrokken, wensen de kinderrechters zich tot [minderjarige] te wenden. Hierin zullen zij het volgende opnemen:
Beste [minderjarige] ,
Tijdens de zitting op 25 april 2025 is gebleken dat er weer geen goede hulp voor jou kon worden geregeld. Dit was niet de eerste keer dat dit moest worden vastgesteld. Als kinderrechters hebben wij geprobeerd om de hulpverlening op gang te krijgen. Uiteindelijk hebben we via de jeugdzorg gehoord dat dat inmiddels is gelukt. Je gaat bij [hulpverlening 2] in [plaats 2] verblijven waar ze de nodige zorg aan jou kunnen bieden.
Wij zijn blij dat deze plek voor jou is gevonden. Dit lijkt ons een zeer goede plek waar je kan werken aan jezelf en waar je hopelijk binnenkort weer naar school kan gaan. Wij vinden het voor jou ook heel erg fijn dat [naam 2] van [hulpverlening 1] betrokken kan blijven.
[minderjarige] – je hebt veel tegenslagen gehad maar je hebt iedere keer laten zien dat je ergens voor wil gaan. Hou de moed erin en blijf goed aan je zelf werken. Wij wensen je heel veel succes en geluk toe bij [hulpverlening 2] en hopen dat we dit hoofdstuk in jouw leven hiermee op deze positieve manier kunnen afsluiten.
Vriendelijke groeten,
dhr. Sumner en mw. Van de Kraats
de kinderrechters
5.4.
Dit betekent dat als volgt wordt beslist.
6.
De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. Sumner, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2025 in aanwezigheid van de griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.