3.1.[werknemer] verzoekt in zijn verzoekschrift – samengevat – bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
als
voorlopige voorziening, voor de duur van de procedure, [werkgever] te veroordelen:
om [werknemer] in staat te stellen zijn gebruikelijke werkzaamheden te verrichten, op straffe van een dwangsom;
onder overlegging van deugdelijke specificaties aan [werknemer] te betalen het verschuldigde loon vanaf 6 juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente;
primair:
de opzegging van 6 juni 2025 te vernietigen;
en [werkgever] te veroordelen:
om [werknemer] in staat te stellen zijn gebruikelijke werkzaamheden te verrichten, op straffe van een dwangsom;
aan [werknemer] te betalen het verschuldigde loon vanaf 6 juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente;
aan [werknemer] te verstrekken (een) schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie(s), op straffe van een dwangsom;
subsidiair[werkgever] te veroordelen aan [werknemer] te betalen:
een billijke vergoeding van € 44.000,00 bruto;
de gefixeerde schadevergoeding van € 11.000,00 bruto;
de transitievergoeding van € 1.228,00 bruto;
de wettelijke rente;
en:
[werkgever] te veroordelen aan [werknemer] te verstrekken (een) schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie(s), op straffe van een dwangsom;
meer subsidiair[werkgever] te veroordelen aan [werknemer] :
te betalen de transitievergoeding van € 1.228,00 bruto;
te verstrekken een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificatie, op straffe van een dwangsom;
te betalen de wettelijke rente;
primair, subsidiair en meer subsidiair[werkgever] te veroordelen aan [werknemer] te betalen:
de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.337,00;
de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten.