ECLI:NL:RBZWB:2025:6924

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439607 FA RK 25-4597
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens neurocognitieve stoornis met dementie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 september 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan een neurocognitieve stoornis passend bij dementie. Betrokkene verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en verzet zich tegen verdere opname.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn mentor, een specialist ouderengeneeskunde en een verpleegkundig regisseur gehoord. Uit medische verklaringen blijkt dat betrokkene ernstige geheugen- en oriëntatieproblemen heeft, stemmingsproblemen en emotionele instabiliteit, waardoor hij niet zelfstandig kan functioneren. Zonder opname bestaat er een aanzienlijk risico op ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, financiële schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om dit ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn. Ondanks het verbale verzet van betrokkene, is de machtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 19 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twaalf maanden wegens de noodzaak van 24-uurs zorg bij dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439607 / FA RK 25-4597
Datum uitspraak: 19 september 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvende in de [accommodatie 1] te [plaats 1],
advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze procedure aan:
[de mentor], vennoot van [hulpverlening] te [plaats 2],
als mentor over betrokkene, hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 september 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. Matze;
  • de mentor;
  • dhr. [naam 1], specialist ouderengeneeskunde;
  • mevr. [naam 2], verpleegkundig regisseur;
1.3.
Tevens tijdens de mondelinge behandeling aanwezig, maar niet gehoord:
- mevr. [naam 3], verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een rechterlijke machtiging verleend tot en met 16 oktober 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie 1].
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij niet opgenomen wil blijven. Hij geeft aan al nachten lang niet meer te kunnen slapen door het gesnurk van een medebewoner. Betrokkene verheugt zich om weer thuis te gaan wonen en ergens heen te gaan op de fiets.
4.2.
De verpleegkundig regisseur verklaart, samengevat, als volgt. Betrokkene is binnengekomen in de accommodatie op de [afdeling 1] en is later verhuisd naar [afdeling 2]. Hij wil daar absoluut niet zijn, maar heeft de zorg wel nodig. Betrokkene heeft met name zorg nodig bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het innemen van de juiste medicatie.
4.3.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is er sprake van een uitgebreide neurocognitieve stoornis passend bij dementie. In de thuissituatie verwaarloosde betrokkene zichzelf en was hij niet toegankelijk voor zorg. Daarbij komt dat betrokkene een vriendin had die zich prostitueerde in zijn huis. Betrokkene kon hier geen weerstand tegen bieden. Voor betrokkene is het noodzakelijk dat er 24-uurs begeleiding aanwezig is om hem aan te sturen en in de gaten te houden. Gezien deze situatie zijn er geen andere opties dan een opname van betrokkene in de accommodatie. De advocaat van betrokkene brengt naar voren dat betrokkene liever in [accommodatie 2] zou wonen. Het is met name ook deze plek waartegen hij zich verzet. Het is volgens de behandelaren de vraag of dat mogelijk is gegeven het ziektebeeld en gedrag van betrokkene. De komende periode zal hier naar gekeken worden.
4.4.
De mentor sluit zich aan bij hetgeen door de verpleegkundig regisseur naar voren is gebracht. Er zijn zorgen over de gezondheid en de hygiëne van betrokkene in de thuissituatie.
4.5.
De advocaat bepleit, samengevat, om het verzoek af te wijzen. Het standpunt van betrokkene is duidelijk. Hij wil niet opgenomen blijven.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een neurocognitieve stoornis, gecompliceerd door stemmingsproblemen, passend bij dementie. Voormelde diagnoses zijn gesteld naar aanleiding van de onderzoeken die in 2022 en 2024 zijn verricht. De rechtbank heeft geen reden om aan voormelde diagnoses te twijfelen, welke worden onderschreven door de medische verklaring die in deze zaak is opgesteld en het medisch oordeel van de betrokken behandelaren op dit punt.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene ten gevolge van zijn aandoening niet meer in staat wordt geacht om zelfstandig te functioneren. Betrokkene kampt namelijk met geheugen- en oriëntatieproblemen, gebrek aan overzicht en initiatiefverlies. Betrokkene behoeft dagelijks aansporing bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals wassen, douchen en aankleden. Daarnaast ervaart hij stemmingsproblemen en emotionele instabiliteit. Vanwege zijn beperkte cognitieve vermogens, is betrokkene niet meer in staat om voldoende structuur aan te brengen in de dag. Zonder adequate zorg en begeleiding zoals deze thans in de accommodatie aan betrokkene wordt geboden, bestaat er dan ook een aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang van betrokkene.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij laat consistent verbaal verzet zien. Tijdens de mondelinge behandeling is dat ook gebleken. Betrokkene gaf meerdere keren aan naar huis te willen gaan.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een voortzetting van de opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurs zorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet kan terugkeren naar huis. De inzet van thuiszorg is niet voldoende gebleken om de gezondheid en veiligheid voor betrokkene te waarborgen.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.