ECLI:NL:RBZWB:2025:6927

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439455 / FA RK 25-4517
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens gevorderde dementie

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1942, wegens gevorderde dementie. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij betrokkene, zijn casemanager dementie en zijn zoon werden gehoord. Betrokkene verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen.

De casemanager en zoon stelden dat betrokkene ernstig verwaarloosd wordt, meerdere malen gevallen is en niet meer zelfstandig kan functioneren. Betrokkene weigert thuiszorg en vertoont ernstig nadeel, zoals lichamelijk letsel, verwaarlozing en gevaar voor zichzelf en anderen.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, waarschijnlijk Alzheimer, en niet meer zelfstandig kan functioneren. Gezien het ernstig nadeel en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, verleent de rechtbank de machtiging voor zes maanden. De beschikking is op 19 september 2025 mondeling gegeven en op 30 september 2025 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens gevorderde dementie en ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439455 / FA RK 25-4517
Datum uitspraak: 19 september 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. B.I. van Vugt uit Roosendaal.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 september 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door advocaat;
  • mevr. [naam 1], casemanager dementie;
  • dhr. [naam 2], zoon van betrokkene.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Volgens betrokkene houdt hij alles netjes thuis en maakt hij goed schoon. Betrokkene ziet niet in waarom hij niet thuis kan blijven wonen.
3.2.
De casemanager dementie verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is er sprake van gevorderde dementie, meest waarschijnlijk Alzheimer of mengbeeld. Betrokkene is gedesoriënteerd in tijd en plaats. Dit heeft een aantal malen tot gevolg gehad dat hij op straat is gesignaleerd met alleen een incontinentiebroekje aan. De kwetsbaarheid van betrokkene neemt toe. Hij is meerdere keren gevallen in huis, maar ook met de fiets. Verder laat betrokkene geen thuiszorg binnen en komen alle zorgtaken bij haar zoon te liggen. Voor betrokkene is het noodzakelijk dat er 24 uur per dag begeleiding aanwezig is om hem aan te sturen en in de gaten te houden. Gezien deze situatie zijn er geen andere opties dan een opname van betrokkene.
3.3.
De zoon van betrokkene sluit zich aan bij hetgeen door de casemanager dementie naar voren is gebracht. Volgens de zoon is betrokkene ernstig verwaarloosd. Betrokkene heeft namelijk al zes maanden niet meer gedoucht en hij slaapt elke nacht met zijn blouse aan. De zoon kan de zorg voor zijn vader niet meer aan.
3.4.
De advocaat bepleit, samengevat, om het verzoek af te wijzen. Betrokkene wil niet opgenomen worden; hij wil thuis blijven wonen. Hij is nog goed in staat om voor zichzelf te zorgen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten gevorderde dementie, meest waarschijnlijk Alzheimer of mengbeeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene ten gevolge van zijn aandoening niet meer in staat wordt geacht zelfstandig te functioneren. Onder invloed van voormelde stoornis, kampt betrokkene met geheugenstoornissen en desoriëntatie in tijd, plaats en persoon. Als gevolg hiervan kan betrokkene zich niet zelfstandig handhaven in zijn eigen woonomgeving en is hij niet in staat tot het doen van de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals het verrichten van zelfzorg, huishoudelijke taken en voldoende eten en drinken. Dit heeft ertoe geleid dat betrokkene sterk vermagerd is, dat hij lijdt aan bloedarmoede en infecties en dat er sprake is van vervuiling van hemzelf en van zijn woning. In de thuissituatie bestaat er bovendien een aanzienlijk risico op brand- en valgevaar. Ook is betrokkene niet in staat om in geval van nood te alarmeren.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij weigert opgenomen te worden, hetgeen hij de rechtbank ook duidelijk te kennen heeft gegeven. Betrokkene ziet niet in waarom hij moet verhuizen. Hij denkt zelf nog alles te kunnen. Betrokkene accepteert geen hulp, behoudens die van zijn zoon.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een opname noodzakelijk. In de accommodatie wordt er aan betrokkene de nodige 24-uurs zorg, sturing en toezicht geboden. Daarbij kan voorkomen worden dat betrokkene valt en ernstig letsel oploopt. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden, omdat enerzijds de grenzen van de mogelijkheden van het inzetten van ambulante zorg bereikt is. Anderzijds weigert betrokkene de noodzakelijk geachte (ambulante) thuiszorg. In de thuissituatie laat hij geen zorg toe (vanuit thuiszorg, team sociale benadering en [thuiszorg]).
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene],geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats];
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.