ECLI:NL:RBZWB:2025:6928

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
14 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439283 / FA RK 25-4434
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor negen maanden wegens psychische stoornis en ernstig nadeel

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 september 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1997, die lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene was aanvankelijk niet aanwezig bij de zitting van 16 september 2025, waarna de behandeling werd aangehouden tot 19 september 2025. Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, psychiater en ouders gehoord.

De rechtbank constateerde dat betrokkene een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen heeft, die leiden tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor veiligheid. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat vrijwillige zorg in het verleden niet effectief was en betrokkene ambivalent is over medicatiegebruik.

De rechtbank wijst een zorgmachtiging toe voor de duur van negen maanden, waarbij verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie worden toegestaan. Het beperken van communicatiemiddelen wordt afgewezen. De termijn is een middenweg tussen de wens van betrokkene en het advies van de psychiater.

De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 30 september 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor negen maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439283 / FA RK 25-4434
Datum uitspraak: 19 september 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 september 2025;
  • het proces-verbaal van de zitting op 16 september 2025.
1.2.
De zitting is aanvankelijk gepland op 16 september 2025. Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank geconstateerd dat betrokkene niet aanwezig was op de locatie van [accommodatie]. De advocaat en de zorgverantwoordelijke hebben betrokkene voorafgaand aan de zitting hierover niet gesproken. Na telefonisch contact tussen de zorgverantwoordelijke en betrokkene, is gebleken dat betrokkene niet op de hoogte was van de zitting en dat hij niet tijdig op de locatie aanwezig kon zijn. Daarbij heeft de zorgverantwoordelijke aangegeven dat het betrokkene, mede vanwege zijn problematiek, zal overvallen wanneer hij telefonisch op het voorliggende verzoek wordt gehoord. In verband met het vorenstaande heeft de advocaat van betrokkene de rechtbank verzocht om de beslissing op het verzoek aan te houden en een nadere zitting te bepalen, teneinde betrokkene in de gelegenheid te stellen om alsnog over het voorliggende verzoek te worden gehoord. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank de mondelinge behandeling van het verzoek aangehouden tot de zitting op 19 september 2025.
1.3.
Bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 19 september 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door mr. F.J. Koningsveld;
  • mevr. [naam 1], psychiater;
  • dhr. [naam 2], vader van betrokkene;
  • [naam 3], moeder van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 15 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. De nieuwe medicatie heeft effect en leidt bij hem niet tot bijwerkingen. Betrokkene erkent dat de medicatie hem helpt bij zijn herstel, maar vindt een zorgmachtiging voor twaalf maanden te lang. Daarnaast geeft betrokkene aan de voorkeur te hebben voor ondersteuning op vrijwillige basis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
4.2.
De psychiater verklaart, samengevat, dat behandeling op vrijwillige basis niet haalbaar is. Betrokkene is ambivalent, omdat hij aangeeft te stoppen met de medicatie zodra hij bijwerkingen ervaart. Sinds het veranderen van het antipsychoticum is een positieve verandering zichtbaar en gaat het beter met hem. Verder afbouwen van de medicatie brengt echter het risico op terugval met zich mee. De psychiater sluit zich daarom aan bij het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.
4.3.
De ouders van betrokkene beamen wat er in de stukken over betrokkene geschreven is.
4.4.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene zijn medicatie in een vrijwillig kader inneemt, maar als betrokkene stopt met inname van de medicatie, dan ontstaat er wel ernstig nadeel. Wat de duur van de zorgmachtiging betreft, voert de advocaat aan dat betrokkene de verzochte duur van twaalf maanden te lang vindt. Gelet op het voorgaande pleit de advocaat voor een zorgmachtiging voor de duur van negen maanden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van negen maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Betrokkene vertoont dan agressief gedrag, bedreigt de buurman en vernielt zijn eigen spullen. Ook heeft betrokkene eerder tijdens een ontregeling met een ontbloot bovenlichaam onder een brug geschuild. Gedurende deze episodes kan betrokkene de gevolgen van zijn handelen niet overzien en houdt hij contact met zorgverleners en zijn familie af. Ook is in het verleden gebleken dat bij een decompensatie sprake is van ernstige verwaarlozing en gevaar op suïcide.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen de aangeboden zorg, is dit in het verleden anders geweest. Het is gebleken dat betrokkene ambivalent is in het accepteren van de noodzakelijk geachte zorg. In het verleden was ook sprake van medicatieontrouw, waarna decompensatie volgde. De rechtbank heeft er gelet daarop onvoldoende vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader, met name wanneer decompensatie dreigt. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken. De rechtbank zal het verzoek voor wat betreft het toevoegen van het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen als vorm van verplichte zorg in de zorgmachtiging daarom afwijzen.
5.9.
De rechtbank zal de overige verzochte vormen van verplichte zorg, te weten ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’, eveneens in de machtiging overnemen. Uitdrukkelijk heeft daarbij te gelden dat deze vormen van verplichte zorg enkel en alleen mogen worden toegepast, indien er bij betrokkene sprake is van decompensatie en behandeling in het ambulante kader niet meer mogelijk is.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.11.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.12.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van negen maanden. De rechter heeft een termijn van negen maanden toegewezen, omdat zij dit een redelijke en rendabele middenweg acht tussen de standpunten van betrokken partijen. Waar de betrokkene zelf een termijn van zes maanden wenselijk vond en de psychiater juist adviseerde om twaalf maanden toe te wijzen, heeft de rechter bewust gekozen voor een termijn die daar tussenin ligt. Op deze manier wordt enerzijds rekening gehouden met de behandelnoodzaak en het belang van continuïteit van zorg, en anderzijds met de motivatie en bereidheid van betrokkene om mee te werken aan de behandeling.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 juni 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van mr. Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 30 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.