Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Arbeidsdeskundige beoordeling door het UWV
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser was sinds 11 maart 2022 arbeidsongeschikt en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling beëindigde het UWV de uitkering per 31 juli 2023, omdat eiser volgens medisch en arbeidskundig onderzoek minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onderschat waren.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, maar dat het UWV dit in beroep had hersteld met een aanvullende motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De medische beoordeling toonde aan dat eiser geen ernstige hart- of longproblemen had die tot zwaardere beperkingen leidden en dat zijn nekklachten en psychische klachten niet tot beperkingen leidden die de belastbaarheid significant verminderden.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiser passend werk kon verrichten dat meer dan 65% van zijn vroegere loon opleverde. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Het beroep werd gegrond verklaard vanwege het eerdere motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar de Ziektewetuitkering is terecht beëindigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.