De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 september 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1967, die lijdt aan een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum. Betrokkene weigerde vrijwillige hulpverlening en vertoonde gedrag dat gevaar opleverde voor zichzelf en anderen, waaronder het regelmatig bellen van hulpdiensten en het bedreigen van personen op zijn erf.
Tijdens de mondelinge behandeling, die deels buiten de aanwezigheid van betrokkene plaatsvond vanwege zijn geagiteerde gedrag, werden de standpunten van betrokkene, zijn advocaat en de FACT-zorgverleners gehoord. De zorgverleners bevestigden dat vrijwillige zorg niet haalbaar was en onderschreven het verzoek tot verplichte zorg.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder gevaar voor de algemene veiligheid, levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. Gezien de weigering van vrijwillige zorg en de ernst van de situatie achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De zorgmachtiging werd verleend voor vier maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, waarbij andere zwaardere vormen van zorg werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met de mogelijkheid tot cassatie.