Uitspraak
- de vrouw, bijgestaan door mr. Leijser,
- de man, bijgestaan door mr. Wernsen;
- mevrouw [persoon 1] , als tolk in de Spaanse taal;
- mevrouw [persoon 2] , als vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren;
- de heer [persoon 3] , medewerker van [organisatie] ;
- [persoon 4] en mevrouw [persoon 5] , medewerkers van [hulpverlening 1] .
2.De feiten
voorlopiggerechtigd zijn op
begeleidcontact met elkaar, onder regie van [hulpverlening 2] en met inachtneming van rechtsoverweging 4.7.
3.De verzoeken
primairhem voortaan alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] te belasten;
4.De beoordeling
5.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot contact met elkaar:
14 april 2026in deze procedure het rapport over het verloop en het resultaat van de hulpverlening bij de griffie in te dienen;
14 april 2026;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.