ECLI:NL:RBZWB:2025:6956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting na hoorplichtonderzoek
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van €139 en een verzuimboete van €55 wegens niet tijdige betaling over het tijdvak 17 april 2024 tot en met 16 juli 2024. De inspecteur had het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank onderzocht eerst of de hoorplicht door de inspecteur was geschonden. Belanghebbende stelde dat telefonisch contact met de Belastingdienst leidde tot onjuiste informatie over het nut van een hoorgesprek, waardoor zij afzag van een hoorgesprek. De inspecteur kon dit niet verifiëren en stelde dat belanghebbende niet om een hoorgesprek had verzocht. De rechtbank concludeerde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat onjuiste informatie was verstrekt en zij bewust afzag van het hoorgesprek.
Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Belanghebbende voerde aan dat zij de rekening niet had ontvangen en daarom niet tijdig kon betalen, maar de rechtbank stelde dat de belastingplichtige zelf verantwoordelijk is voor tijdige betaling, ook als de rekening niet is ontvangen. De wettelijke regeling laat een betalingstermijn toe tot 30 dagen na aanvang van het tijdvak, maar belanghebbende had niet tijdig betaald.
Ten slotte werd de verzuimboete van €55 bevestigd omdat sprake was van een tweede verzuim binnen een jaar. De rechtbank vond de boete passend en geboden, aangezien geen sprake was van afwezigheid van schuld of een pleitbaar standpunt. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor naheffingsaanslag en boete in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard en de opgelegde bedragen blijven in stand.