ECLI:NL:RBZWB:2025:6974

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/435113 / FA RK 25-2346
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Sumner
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:204 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek vervangende toestemming erkenning minderjarige na overlijden moeder

De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind, aangezien de moeder is overleden en geen toestemming meer kan geven. Tevens vroeg hij aanvankelijk om omgang en gezag, maar trok deze verzoeken tijdens de zitting in. De minderjarige woont bij de pleegmoeder en de voogdij is toegewezen aan de gecertificeerde instelling.

De rechtbank benoemde een bijzondere curator die verslag uitbracht en het verzoek tot erkenning ondersteunde, mede omdat het kind weet wie zijn biologische vader is en de erkenning zijn identiteitsontwikkeling ten goede komt. De gecertificeerde instelling en de stiefmoeder hadden aanvankelijk bezwaren, maar deze waren gerelateerd aan omgang en gezag, die nu zijn ingetrokken.

De rechtbank oordeelde dat vervangende toestemming passend is en in het belang van het kind, en wees het verzoek toe. De overige verzoeken werden afgewezen. De taak van de bijzondere curator werd als beëindigd beschouwd. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige door de man en wijst overige verzoeken af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Breda
Zaaknummer: C/02/435113 / FA RK 25-2346
Datum uitspraak: 14 oktober 2025
beschikking over vervangende toestemming erkenning
in de zaak van
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. P.J.M. Groenhuis-Kools in Breda.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
de minderjarige:
[minderjarige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017,
hierna: [minderjarige] ,
vertegenwoordigd door mr. I.P.M.J. Nelemans in haar hoedanigheid van bijzondere curator;
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,locatie Etten-Leur, hierna: de GI.
Als informant is aangemerkt:
[de stiefmoeder],
hierna te noemen: de stiefmoeder,
wonende te [woonplaats 2] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
  • de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 15 juli 2025 en alle daarin vermelde stukken;
  • het op 9 september 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator.
1.2
De verzoeken zijn mondeling behandeld op 23 september 2025. Bij die behandeling zijn gekomen de advocaat van de man, een vertegenwoordiger van de GI, de bijzondere curator en de stiefmoeder. Ook was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad.
De man is juist opgeroepen, maar is niet gekomen.

2.De nadere beoordeling

2.1
Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Nelemans benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen.
Het verzoek
2.2
In het verzoekschrift heeft de man verzocht, bij beschikking, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de man vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van [minderjarige] ;
II. te bepalen dat de man en [minderjarige] (voorlopig) gerechtigd zijn tot omgang met elkaar gedurende een weekend per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de regeling zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na de datum van de beschikking in overleg tussen de man en de GI en/of een nog aan te wijzen professionele omgangsbegeleider zal aanvangen en wordt opgebouwd, althans een zodanige (voorlopige) omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie mocht vermenen te behoren;
III. de man te belasten met het gezag over [minderjarige] .
Kosten rechtens.
2.3
Tijdens de zitting heeft de advocaat van de man het verzoek onder II (over de omgangsregeling) en onder III (over het gezag) ingetrokken. Hij heeft alleen het verzoek onder I tot vervangende toestemming tot erkenning gehandhaafd.
De feiten
2.4
Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast:
- de man en de moeder van [minderjarige] , mevrouw [de moeder] , hebben een affectieve relatie gehad. Uit die relatie is [minderjarige] geboren;
- op de geboorteakte van [minderjarige] staat enkel deze moeder als ouder vermeld;
- de moeder is op 31 januari 2025 plotseling overleden;
- in verband met het overlijden van de moeder is bij beschikking van deze rechtbank van 21 februari 2025 de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] ;
- bij beschikking van deze rechtbank van 24 april 2025 is de GI belast met de voogdij over [minderjarige] ;
- [minderjarige] woont bij de voormalig partner van de moeder, de stiefmoeder;
- de man, [minderjarige] en de stiefmoeder hebben de Nederlandse nationaliteit.
De standpunten van partijen
2.5
Namens de man is ter onderbouwing zijn verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige] aangegeven dat de man aanvankelijk na beëindiging van de relatie met de moeder nog wel structureel contact heeft gehad met [minderjarige] . [minderjarige] is ervan op de hoogte dat de man zijn biologische vader is. Nadat de moeder een nieuwe relatie kreeg met de vader van het halfbroertje van [minderjarige] is de verstandhouding tussen de man en de moeder verslechterd. De moeder wilde niet instemmen met erkenning van [minderjarige] door de man. Er was geen omgang tussen de man en [minderjarige] meer mogelijk. [minderjarige] is na het overlijden van de moeder blijven wonen bij de partner van de moeder, de stiefmoeder. De man wil [minderjarige] graag erkennen. Er bestaat geen discussie over het feit dat hij de verwekker van [minderjarige] is. DNA-onderzoek is daarom niet nodig. Aangezien de moeder is overleden kan zijn geen toestemming meer voor de erkenning geven. De man had in eerste instantie ook verzocht om een omgangsregeling en het gezag. De man heeft echter inmiddels besloten dat hij zich in Frankrijk wil gaan vestigen, bij zijn andere vier kinderen. Daarom heeft hij de verzoeken daartoe ingetrokken. De man wil [minderjarige] de ruimte geven om het verlies van de moeder te verwerken en wil zich nu niet aan hem opdringen. Zodra [minderjarige] de ruimte heeft om contact aan te gaan met de man, is hij daartoe bereid. Hij blijft het wel in het belang van [minderjarige] vinden dat hij als juridisch vader op diens geboorteakte wordt vermeld. [minderjarige] en hij hebben recht op het formaliseren van de familieband.
2.6
De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat het in het belang van [minderjarige] is dat de man hem erkend. Zij acht een DNA-onderzoek niet nodig. Er wordt namelijk door niemand getwijfeld aan het verwekkerschap van de man. [minderjarige] weet wie zijn vader is en het is in zijn belang dat dit formeel wordt vastgelegd. Dit zal zijn identiteitsontwikkeling ten goede komen. Het is de bijzondere curator niet gebleken dat de erkenning de ontwikkeling van [minderjarige] zal schaden. De weerstand die de GI en de stiefmoeder in eerste instantie tegen de erkenning hadden, had voornamelijk te maken met de verzoeken tot omgang en gezag. Nu deze verzoeken zijn ingetrokken, is er geen enkele belemmering meer om de erkenning te laten plaatsvinden. Door de erkenning wordt de man geen wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] , dus het heeft geen gevolgen voor de huidige afspraken waarin de grootouders moederszijde de nalatenschap van de moeder voor [minderjarige] afwikkelen.
2.7
De GI heeft aangegeven geen verweer te voeren tegen het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] door de man.
2.8
De stiefmoeder heeft verteld dat het [minderjarige] het goed doet. Er was al voor het overlijden van de moeder veel gebeurd. [minderjarige] vindt het moeilijk om erover te praten. Hij krijgt hulpverlening vanuit [hulpverlening] . Dit zal hem helpen om zijn gevoelens te kunnen benoemen. De GI draagt nu de voogdij over [minderjarige] . De GI heeft aangegeven dat als het rustiger is de stiefmoeder zijn voogdes kan worden.
2.9
De Raad kan ook achter het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning staan.
De beoordeling door de rechtbank
2.1
In artikel 1:204, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek staat, voor zover hier van belang, dat de toestemming van de moeder wier kind de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, op verzoek van de persoon die het kind wil erkennen, door de toestemming van de rechtbank kan worden vervangen, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt en die persoon de verwekker is van het kind.
2.11
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de man de verwekker van [minderjarige] is. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de man hem kan erkennen. [minderjarige] weet dat de man zijn biologische vader is. Hij heeft er belang bij en recht op om deze familieband geformaliseerd te zien op zijn geboorteakte. De moeder kan door haar overlijden niet meer de vereiste toestemming geven. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [minderjarige] toewijzen.
De man moet [minderjarige] dan nog wel met deze beschikking bij de gemeente erkennen.
2.12
Aangezien de man zijn andere twee verzoeken heeft ingetrokken, wijst de rechtbank deze verzoeken af.
Beëindiging taak van de bijzondere curator
2.13
De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator.
2.14
Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
2.15
Dit betekent dat als volgt wordt beslist.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
verleent, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder, mevrouw [de moeder] , aan de man toestemming tot het erkennen van de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2017;
3.2
beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd;
3.3
wijst het overige af;
3.4
compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. Sumner, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.