De vergunninghouder vroeg een omgevingsvergunning aan om een bestaande aanbouw te legaliseren, die de maximale goothoogte van het bestemmingsplan overschrijdt. Het college verleende de vergunning, ondanks bezwaar van eiser die stelde dat de aanbouw niet conform de tekeningen is en in strijd met het bestemmingsplan en een goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de aanbouw strijdig is met het bestemmingsplan, het college beleidsruimte heeft om te beoordelen of er sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het college heeft een belangenafweging gemaakt waarbij ook de belangen van eiser zijn meegewogen, waaronder zijn privacybelangen. De rechtbank vindt dat het college niet in strijd met de beleidsregels heeft gehandeld en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt.
De rechtbank concludeert dat de vergunning terecht is verleend en dat het beroep van eiser ongegrond is. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.L.E. Ides Peeters op 16 oktober 2025.