Eiser vroeg op 19 oktober 2023 een omgevingsvergunning aan voor het gebruik van een tuinhuis als Bed & Breakfast (B&B), een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar trok deze op advies van de bezwaarschriftencommissie in na bezwaren van omwonenden. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat omdat het college pas in het verweerschrift het juiste toetsingskader (de kruimelregeling en de goede ruimtelijke ordening) benoemde. Dit maakt het beroep gegrond. Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de aanvullende motivering in het verweerschrift voldoende is om het besluit te dragen.
De rechtbank benadrukt dat het college beleidsruimte heeft bij de afweging om af te wijken van het bestemmingsplan en dat de bestuursrechter terughoudend toetst. De B&B in het tuinhuis wordt ruimtelijk niet wenselijk geacht vanwege commercieel karakter en gebrek aan toezicht. Het college moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de intrekking van de vergunning blijft van kracht.