Op 1 mei 2024 werd verdachte aangehouden met vier dozen cocaïne in zijn vrachtwagen, samen met anderen. De dozen bevatten 50 kilo cocaïne, vastgesteld door het Nederlands Forensisch Instituut. Verdachte verklaarde dat hij de dozen van een onbekende man had gekregen om sigaretten mee te nemen naar Engeland, waarvoor hij 400 euro zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte, ondanks zijn verklaring, voorwaardelijk opzet had op de uitvoer van cocaïne. Als beroepschauffeur had hij nader onderzoek moeten doen naar de inhoud van de dozen, zeker gezien de illegale aard van het vervoer. Door geen onderzoek te doen, accepteerde hij bewust de aanmerkelijke kans op het vervoeren van drugs.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk 50 kilo cocaïne buiten Nederland heeft gebracht en sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. Verdachte werd veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van voorarrest.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit vanwege de schadelijke effecten van cocaïne en de rol van de koerier in de drugshandel. De in beslag genomen iPhone werd verbeurd verklaard en de drugs onttrokken aan het verkeer.
De strafrechtelijke beslissing is gebaseerd op de artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet zoals die golden ten tijde van het bewezenverklaarde feit.