ECLI:NL:RBZWB:2025:7012
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Kok
- Zander
- Van de Sande
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen behandelend rechter in bestuurszaken
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in vier bestuurszaken, stellende dat de rechter partijdig zou zijn en te laat reageerde op verzoeken om uitstel. Verzoeker voelde zich benadeeld door de korte termijn voor het geven van een toelichting en het niet ontvangen van processtukken, wat volgens hem de schijn van partijdigheid en pratigheid wekte.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing van de rechter om het uitstel te beperken een procesbeslissing betreft waarover geen oordeel kan worden gegeven, tenzij sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid die wijst op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. De rechter had uitstel verleend en gemotiveerd waarom verder uitstel niet noodzakelijk was.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten vanwege de kennelijke ongegrondheid. De behandeling van de bestuurszaken wordt voortgezet zoals voor de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard en de bestuurszaken worden voortgezet.