ECLI:NL:RBZWB:2025:7014
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Goirle
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2022, welke tevens de grondslag vormt voor de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) 2023 van de gemeente Goirle.
De rechtbank heeft beoordeeld of de waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen zijn gebruikt die voldoende vergelijkbaar zijn in type, bouwjaar en ligging. Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met gedateerde voorzieningen, scheurvorming en verschillen in ligging, met name ten opzichte van één referentiewoning.
De heffingsambtenaar heeft toegelicht dat de verschillen in ligging en voorzieningen adequaat zijn verwerkt in de taxatiematrix en grondstaffel, en dat de referentiewoningen passend zijn geselecteerd. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het verzoek om uitstel van de zitting vanwege ziekte van een gemachtigde is afgewezen omdat dit te laat was ingediend. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde en aanslag blijven gehandhaafd.