Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 14 november 2024 waarin haar Ziektewetuitkering werd beëindigd wegens het kunnen verdienen van meer dan 65% van haar oude loon. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist. De rechtbank beoordeelt het beroep als kennelijk gegrond en stelt vast dat het UWV uiterlijk op 5 juni 2025 had moeten beslissen, inclusief een termijnverlenging van zes weken.
Na ingebrekestelling op 17 juni 2025 bleef het UWV in gebreke. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen op het bezwaar. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiseres ter hoogte van € 453,50, berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, vanwege het uitblijven van een tijdige beslissing. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.