De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 oktober 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2016 en 2018, met ingang van 31 oktober 2025 tot 30 april 2026. De verlenging is aangevraagd door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant, die stelt dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet volledig zijn bereikt.
De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar de relatie tussen hen is verstoord en belastend voor de minderjarigen. De kinderen verblijven sinds maart 2025 volledig bij de vader, met een zorgregeling waarbij zij één weekend per twee weken bij de moeder zijn. De moeder toont volgens de GI onvoldoende sensitiviteit en responsiviteit, en de communicatie tussen ouders blijft problematisch, wat de emotionele ontwikkeling van de kinderen bedreigt.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarigen ernstig wordt bedreigd en dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om rust en continuïteit te waarborgen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De zaak over het hoofdverblijf en de zorgregeling wordt in een aparte procedure behandeld.