Het College van Burgemeester en Wethouders van Vlissingen verzocht om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2008, die verblijft in een woonzorgvoorziening vanwege ernstige gedragsproblemen. De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, stemde in met de opname. De minderjarige vertoont onvoorspelbaar, grensoverschrijdend en gevaarlijk gedrag, wat leidt tot onveiligheid voor zichzelf, groepsgenoten en de omgeving. Een eerdere spoedmachtiging was verleend voor een week, waarna het resterende verzoek werd afgewezen.
De kinderrechter beoordeelde de rechtsmacht en stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is, aangezien de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Er werd Nederlands recht toegepast. De gedragswetenschapper stemde mondeling in met het verzoek, ondanks dat een persoonlijk gesprek met de minderjarige nog moest plaatsvinden. De kinderrechter achtte onmiddellijke jeugdhulp noodzakelijk vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren.
De kinderrechter concludeerde dat gesloten plaatsing noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de hulp onttrekt. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet gebleken. De spoedmachtiging werd voor twee weken verleend, met een zitting gepland om het resterende verzoek te behandelen. De gedragswetenschapper dient voor die zitting een schriftelijke instemmingsverklaring te overleggen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.