Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Is sprake van zwaar lichamelijk letsel?
Is sprake van (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel
Het meer subsidiaire feit onder 1
wederrechtelijkeaanranding gaat, betrekt de rechtbank het gegeven dat de eerdere mishandeling door verdachte van [aangever] al een tijd was afgelopen en zij ieder hun eigen weg waren gegaan. [aangever] heeft vervolgens – met versterking en gewapend – onnodig de confrontatie met verdachte opgezocht, terwijl hij ook aangifte had kunnen doen van het incident met name nu het politiebureau zich op zeer korte afstand van zijn woning bevindt.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
- op 26 september 2025 door psychiater in opleiding drs. [naam 1] , onder supervisie van psychiater drs. [naam 2] , en
- op 24 september 2025 door psycholoog [naam 3] .
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 1 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 2 (twee) weken;
[aangeefster] (feit 1)
[aangever] (feit 2)
hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te [plaats], gemeente Schouwen-Duiveland
aan [aangeefster] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (op drie plekken) gebroken oogkas, heeft toegebracht door die [aangeefster] voornoemd met kracht in het gezicht te slaan en/of te stompen;
(Artikel art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
[aangeefster] heeft mishandeld door die [aangeefster] voornoemd (met kracht) in het gezicht te slaan en/of te stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een (op drie plekken) gebroken oogkas ten gevolge heeft gehad
(Artikel art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 300 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht)
hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te [plaats], gemeente Schouwen-Duiveland
[aangever] heeft mishandeld door die [aangever] voornoemd meerdere malen, althans
eenmaal (met kracht) te duwen en/of in de zij te schoppen;
(Artikel art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)