ECLI:NL:RBZWB:2025:7071

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439335 / JE RK 25-1588
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BWArtikel 2 Besluit gezagsregister
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens loyaliteitsconflict en bedreiging ontwikkeling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 oktober 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen van 4 november 2025 tot 4 mei 2026. Dit volgt op eerdere beslissingen waarbij het gezamenlijk gezag over de minderjarige werd vastgesteld, maar later werd gewijzigd naar uitsluitend gezag voor de moeder, met ontzegging van omgangsrecht voor de vader.

De gecertificeerde instelling (GI) heeft het verzoek tot verlenging ingediend vanwege het voortdurende loyaliteitsconflict tussen de ouders, waardoor de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd. De vader en moeder communiceren niet effectief, en de vader heeft aangegeven afstand te willen doen van zijn vaderrol. De moeder woont met de minderjarige en stiefvader, en de vader is niet bereid tot begeleide omgang.

De kinderrechter heeft tijdens de zitting met gesloten deuren gesproken met de minderjarige, die aangaf geen contact met haar vader te willen. De Raad voor de Kinderbescherming steunt het verzoek van de GI. De rechtbank acht de verlenging noodzakelijk om de rust en veiligheid van de minderjarige te waarborgen, de voortgang van noodzakelijke behandelingen te monitoren en een warme overdracht naar vrijwillige hulpverlening mogelijk te maken.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd met zes maanden en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439335 / JE RK 25-1588
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.J.M. van der Borst te Etten-Leur,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende op een onbekend adres hier te lande of elders,
advocaat mr. E.C.A.E. Verschuren te Gilze.
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, locatie Breda,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 september 2025;
  • de op 16 september 2025 door mr. Verschuren ingediende brief.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat. De moeder werd tevens vergezeld door een persoonlijk begeleidster, werkzaam bij Amarant;
  • een vertegenwoordiger van de GI;
  • een vertegenwoordiger van de Raad.
De vader en zijn advocaat zijn niet verschenen. Middels voormelde brief van de advocaat hebben zij zich afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Deze zaak hangt nauw samen met de zaak van de moeder over het gezag, de omgang en consultatie met kenmerk C/02/435066 / FA RK 25-2329. Daarom heeft de rechtbank de zaken gelijktijdig behandeld. De beslissing in de andere zaak is in een afzonderlijke beschikking neergelegd.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 februari 2023 is bepaald dat de ouders voortaan gezamenlijk het gezag uitoefenen over [minderjarige] . Daarnaast is in deze beschikking een (opbouwende) regeling betreffende de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, in samenspraak met en onder leiding van de GI uit te voeren.
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder en stiefvader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 4 november 2024 tot 4 november 2025.
2.4.
Bij beschikking van 30 oktober 2024 heeft de rechtbank de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gewijzigd, en heeft zij bepaald dat de contactregeling tussen de vader en [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling wordt geschorst.
2.5.
In voormelde zaak met kenmerk C/02/435066 / FA RK 25-2329 heeft de rechtbank bij beschikking van 21 oktober 2025 bepaald dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de moeder toekomt, de vader het recht op omgang met [minderjarige] voor de duur van één jaar ontzegd en de moeder ontslagen van de verplichting de vader te informeren over [minderjarige] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat beide ouders een belast verleden kennen. Daarbij kunnen de ouders niet met elkaar communiceren, bevindt [minderjarige] zich daardoor in een loyaliteitsconflict en wantrouwen ouders elkaar. Zo heeft de vader in gesprekken met de jeugdbeschermer zorgen geuit over de woonsituatie van [minderjarige] bij de moeder. Bij de moeder thuis zou sprake zijn van drugsgebruik. Ook zou de moeder [minderjarige] geregeld onderbrengen bij een goede vriend van haar, waar de vader het niet mee eens is. Deze zorgen worden door de jeugdbeschermer en de hulpverlening niet gezien.
Beide ouders hebben het gezag over [minderjarige] . Regelmatig komt het voor dat de vader geen toestemming geeft voor zaken die voor [minderjarige] belangrijk zijn, zoals bijvoorbeeld voor de EMDR-behandeling en voor begeleiding in verband met dyslexie. Dit zorgt dan bij de moeder en bij [minderjarige] voor veel stress. De EMDR-behandeling is daarom bij De Gezinsmanager “on hold” gezet.
Hoewel de bezoekmomenten tussen de vader en [minderjarige] in 2023 goed zijn verlopen, geeft [minderjarige] in gesprekken aan dat zij niet meer naar de vader wil gaan. Voor begeleide omgang staat de vader niet open.
De GI constateert dat de moeder bij de rechtbank inmiddels een verzoek heeft ingediend om alleen te worden belast met het gezag over [minderjarige] . Bij de jeugdbeschermer heeft de vader aangegeven dat hij afstand wil doen van zijn vaderrol, geen gezag meer wil en geen omgang.
Om de rust en veiligheid voor [minderjarige] te borgen, acht de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Wanneer de vader geen gezag meer heeft kan er bovendien toegewerkt worden naar een overdracht naar de vrijwillige hulpverlening.
De GI acht het van belang om op dit proces nog enige tijd toezicht te kunnen houden, zoals of de benodigde behandelingen daadwerkelijk van de grond gaan komen en of de vader daadwerkelijk gaat berusten in het feit dat hij geen gezag en omgang meer zal hebben.
De GI merkt daarbij op dat de vader zich in het verleden erg wispelturig heeft gedragen in wat hij wel of niet wil. Dit brengt voor de moeder en [minderjarige] een gevoel van dreiging met zich mee, omdat de vader in het verleden ook weleens voor de deur heeft gestaan om [minderjarige] tegen de afspraken in op te halen.
4.2.
De moeder brengt naar voren dat zij inwilliging van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling in het belang van de minderjarige [minderjarige] acht.
4.3.
Uit het bericht van zijn advocaat blijkt dat het voor de vader om het even is of de jeugdbeschermer betrokken blijft of niet. Gezien de huidige omstandigheden heeft de vader zich teruggetrokken uit het systeem. De vader refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter.
4.4.
[minderjarige] heeft tegen de kinderrechter verteld dat zij niet openstaat voor contact met haar vader. Van de ondertoezichtstelling is zij niet op de hoogte.
4.5.
De Raad geeft aan dat zij de GI geheel kan volgen in de redenen voor haar verzoek en dat zij daarom met dat verzoek instemt.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige] zich vanwege de ouderstrijd nog steeds in een loyaliteitsconflict bevindt, waardoor zij ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Ondanks het feit dat bij afzonderlijke beschikking van heden is beslist dat het gezag over [minderjarige] voortaan alleen aan de moeder toekomt en de vader de omgang met [minderjarige] voor de duur van één jaar is ontzegd, en de moeder aangeeft op vrijwillige basis bereid te zijn de noodzakelijke hulpverlening te accepteren, acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling -voor beperkte duur- noodzakelijk. Zo kan nog enige tijd gemonitord worden of de voor [minderjarige] benodigde EMDR-behandeling van de grond komt en kan een warme overdracht naar de vrijwillige hulpverlening plaatsvinden. Ook blijft daarmee de GI beschikbaar om te bezien of de vader berust in de beslissing over het gezag en de omgang.
5.4.
Het bovenstaande leidt ertoe dat de gronden voor de ondertoezichtstelling van [minderjarige] nog steeds aanwezig zijn en het verzoek zal worden toegewezen.
5.5.
De beslissing wordt op grond van artikel 2 Besluit Pro gezagsregister van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.7.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 4 november 2025 tot 4 mei 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Struijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Dongen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.