De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 oktober 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen van 4 november 2025 tot 4 mei 2026. Dit volgt op eerdere beslissingen waarbij het gezamenlijk gezag over de minderjarige werd vastgesteld, maar later werd gewijzigd naar uitsluitend gezag voor de moeder, met ontzegging van omgangsrecht voor de vader.
De gecertificeerde instelling (GI) heeft het verzoek tot verlenging ingediend vanwege het voortdurende loyaliteitsconflict tussen de ouders, waardoor de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd. De vader en moeder communiceren niet effectief, en de vader heeft aangegeven afstand te willen doen van zijn vaderrol. De moeder woont met de minderjarige en stiefvader, en de vader is niet bereid tot begeleide omgang.
De kinderrechter heeft tijdens de zitting met gesloten deuren gesproken met de minderjarige, die aangaf geen contact met haar vader te willen. De Raad voor de Kinderbescherming steunt het verzoek van de GI. De rechtbank acht de verlenging noodzakelijk om de rust en veiligheid van de minderjarige te waarborgen, de voortgang van noodzakelijke behandelingen te monitoren en een warme overdracht naar vrijwillige hulpverlening mogelijk te maken.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.