Uitspraak
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2016, hierna: [minderjarige] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin de moeder verzocht het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen. Tevens verzocht zij om ontzegging van het omgangsrecht van de vader en om te bepalen dat artikel 1:377b lid 1 BW buiten toepassing blijft.
De feiten tonen aan dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen vanwege langdurige communicatieproblemen en het ontbreken van samenwerking, ondanks een ondertoezichtstelling. De vader heeft zich teruggetrokken en weigert toestemming te geven voor noodzakelijke behandelingen van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling ondersteunen het verzoek van de moeder, evenals het kind zelf.
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd en het gezag aan de moeder kan worden toegekend. Daarnaast wordt de omgang van de vader met het kind ontzegd voor de duur van één jaar vanwege het risico op onrust en het belang van het kind. Tevens wordt bepaald dat de moeder niet verplicht is de vader te informeren over gewichtige aangelegenheden van het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het gezag wordt aan de moeder toegekend, de vader wordt ontzegd het omgangsrecht voor één jaar en artikel 1:377b lid 1 BW blijft buiten toepassing.