ECLI:NL:RBZWB:2025:7089

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440192 / FA RK 25-4939
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij terugkerende ontregeling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 oktober 2025 een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden aan betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type. Betrokkene is momenteel akkoord met medicatiegebruik, maar uit het recente verleden blijkt dat zij na afloop van eerdere zorgmachtigingen stopt met medicatie en binnen enkele maanden fors ontregelt. Dit leidt tot ernstig nadeel, waaronder psychische schade, verwaarlozing en risico's voor haar omgeving.

De officier van justitie verzocht de machtiging met verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsvrijheidsbeperkingen en opname in een accommodatie. Betrokkene betwistte de diagnose en stelde dat zorg ook vrijwillig mogelijk is, met name via een medicatiekit thuis. De psychiater, behandelaar en casemanager bevestigden het patroon van snelle ontregeling en het ontbreken van effectieve vrijwillige zorg.

De rechtbank oordeelde dat de criteria voor verplichte zorg zijn vervuld en dat minder bezwarende alternatieven ontbreken. De toegewezen zorgvormen zijn evenredig en gericht op stabilisatie en veiligheid. Tevens ondersteunt de rechtbank het initiatief tot actualisatie van het crisissignaleringsplan en het opstellen van een medisch crisisplan. De beschikking is op 7 oktober 2025 mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 21 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen vanwege terugkerende ontregeling en het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440192 / FA RK 25-4939
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025 bij de locatie van [gg]. Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • psychiater, mevrouw [persoon 1] ;
  • behandelaar, de heer [persoon 2] ;
  • casemanager bij het FACT, de heer [persoon 3] ;
  • medewerkers bij [hulpverlening] , de heer [persoon 4] .

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 18 oktober 2025.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.
De standpunten
4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij het niet eens is met haar diagnose. Er is allen sprake van een bipolaire stoornis. Ook is zij het niet eens met het omschreven ernstig nadeel. De zorg die noodzakelijk wordt geacht kan ook in het vrijwillig kader plaatsvinden. [hulpverlening] is nu drie jaar betrokken en kan betrokkene in de gaten houden. Over [hulpverlening] is zij erg tevreden. Dit geldt niet voor het handelen van het FACT. Als betrokkene bij het FACT aangeeft dat ze ontregelt, wordt er niets gedaan. Ook worden oude signaleringsplannen gebruikt. Volgens betrokkene zou nu bekend moeten zijn dat zij vrijwel altijd ontregelt in de zomerperiode. Daarnaast heeft zij andere somatische klachten waar geen rekening mee wordt gehouden. Bovendien betrekt het [hulpverlening] niet bij de behandeling van betrokkene, terwijl dit wel haar wens is. Op dit moment is betrokkene tevreden met haar medicatie, Depakine. Deze wil zij blijven gebruiken om te voorkomen dat zij hypomaan wordt. Het starten met antipsychotica is niet effectief gebleken. Betrokkene wil niet opgenomen worden, want zij heeft op de HIC teveel meegemaakt. Betrokkene stelt voor dat zij in haar woning een medicatiekit krijgt en zij in overleg met het FACT haar medicatie kan nemen wanneer het de verkeerde kant op gaat.
4.2.
De psychiater verklaart, samengevat, als volgt. Betrokkene is bekend met een schizo affectieve stoornis van het bipolaire type. Vanaf 2018 wordt betrokkene behandeld voor een manisch depressief beeld. Op dit moment gebruikt betrokkene Depakine. Dit is in het verleden ook ingezet. Bij haar laatste opname dit jaar was betrokkene fors ontregeld. Overleg was met betrokkene niet mogelijk. In de loop van de jaren wordt bij betrokkene een patroon gezien waarin het goed gaat, maar wanneer betrokkene ontregelt, gaat het snel en dan is toch een opname nodig. Wanneer betrokkene aan de bel trekt, is het eigenlijk al te laat. Dit patroon moet worden doorbroken. Met een zorgmachtiging is er meer zekerheid dat betrokkene medicatie blijft gebruiken en zij in contact is. Zo was betrokkene eerder akkoord met het gebruik van Lithium, maar is zij toch met deze medicatie gestopt. Bovendien, wanneer betrokkene ontregelt, ziet zij de noodzaak van een opname niet in.
4.3.
De behandelaar verklaart, samengevat, als volgt. Volgens betrokkene betrekt het [hulpverlening] niet als het gaat om de zorg. Dit is onjuist. [hulpverlening] wordt uitgenodigd bij gesprekken en tijdens de opname van betrokkene is met [hulpverlening] contact gehouden. In de komende periode is het de bedoeling om het crisissignaleringsplan up to date te maken en om een medisch crisisplan te maken. Hierin worden de voorkeuren en wensen van betrokkene meegenomen.
4.4.
De casemanager vult hierop, samengevat, nog het volgende aan. Het patroon van betrokkene wat door de psychiater wordt geschetst, herkent de casemanager ook. Daarnaast beaamt hij dat wanneer betrokkene ontregelt, dit inderdaad heel snel gaat. In goede periodes is er met betrokkene een fijne samenwerking. Betrokkene weet dan goed aan te geven wat zij wel of juist niet wil. Het probleem is echter dat wanneer een ontregeling plaatsvindt, het betrokkene aan inzicht schort en dit ten koste gaat van de samenwerking. Interventies om een opname te voorkomen zijn dan niet meer mogelijk. Daarom is een zorgmachtiging nodig.
4.5.
De medewerker van [hulpverlening] licht toe dat [hulpverlening] op de achtergrond betrokken is wanneer het gaat om geestelijke gezondheidszorg. Over de samenwerking tussen het FACT, GGZ en [hulpverlening] zijn geen negatieve geluiden bekend.
4.6.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene een andere visie heeft op de samenwerking met haar zorgteam. Betrokkene is druk bezig om een nieuwe ontregeling te voorkomen. Zij wil, om vertraging in haar behandeling te voorkomen, thuis een medicatiekit. Daar staat GGZ niet onwelwillend tegenover. In de visie van betrokkene kan zorgverlening dan in een vrijwillig kader plaatsvinden. Betrokkene gebruikt nu haar medicatie en is daar ook tevreden over. Betrokkene kan zelf goed aangeven wat zij wel en niet wil. Betrokkene heeft behoefte aan een fijne samenwerking. Verzocht wordt om het verzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. De psychiater licht toe dat bij betrokkene sprake is van een schizo-affectieve stoornis van het bipolaire type.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene tijdens periodes van ontregeling ontremd en geagiteerd is, zij nauwelijks slaapt, sociale grenzen niet kan aanvoelen en zij agressie over zichzelf afroept. Daarnaast bestaat het risico van overbelasting van de kinderen van betrokkene.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu akkoord is met haar medicatie en zij in contact is met haar zorgteam, is uit het (recente) verleden gebleken dat betrokkene na afloop van een zorgmachtiging binnen enkele maanden is gestopt met haar medicatie en zij daarna fors ontregelt. Op dat moment lukt het niet om met betrokkene overeenstemming te bereiken over verdere behandeling. Ook wil betrokkene dan niet opgenomen worden, terwijl dit op dat moment wel noodzakelijk is. Dit patroon keert terug. Tevens geeft betrokkene aan dat GGZ geen goede zorg heeft geleverd en zij zich niet aan afspraken houden. Dit alles maakt dat de rechtbank er geen vertrouwen in heeft dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken over zorgverlening in een vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘het aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet noodzakelijk
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
5.10.
Tot slot merkt de rechtbank op dat uit de zitting is gebleken dat betrokkene behoefte heeft aan samenwerking en zij voorstelt om bij haar thuis een medicatiekit te plaatsen. De rechtbank gaat er van uit dat deze mogelijkheid serieus wordt onderzocht. Tevens ondersteunt de rechtbank het voornemen om het crisissignaleringsplan te actualiseren en om ook een medisch crisisplan op te stellen. Het realiseren daarvan kan bij betrokkene mogelijk leiden tot rust en (meer) acceptatie.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.7.1.;
- opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 21 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.