ECLI:NL:RBZWB:2025:7098

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440417 / FA RK 25-5082
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing insluiting bij voortzetting crisismaatregel Wvggz wegens onvoldoende voorzienbaarheid

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel vanwege een manisch psychotisch toestandsbeeld met betrekkingswanen en gedragsproblemen die agressie oproepen. De officier van justitie verzoekt voortzetting van de crisismaatregel met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder insluiting.

Betrokkene verzet zich tegen opname en behandeling, wenst thuiszorg en medicatie, en ontkent de diagnose. De verpleegkundig specialist bevestigt de noodzaak van voortzetting vanwege risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting noodzakelijk is met medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, beperkingen in eigen leven en opname, maar wijst insluiting af omdat onvoldoende is toegelicht dat dit in de komende periode voorzienbaar is. De machtiging geldt tot 28 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent voortzetting crisismaatregel met medicatie en bewegingsbeperking, maar wijst insluiting af wegens onvoldoende voorzienbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440417 / FA RK 25-5082
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvende bij de accommodatie van [accommodatie] , [adres] te [plaats] ,
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025 bij de [accommodatie] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • verpleegkundig specialist, de heer [persoon 1] ,
  • verpleegkundige, de heer [persoon 2] .
1.3.
Tevens waren als toehoorders bij de zitting aanwezig twee personen vanuit een stagedag bij GGZ, te weten mevrouw [persoon 3] en mevrouw [persoon 4] .

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij de accommodatie [accommodatie] . De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 2 oktober 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met haar gaat. Voordat alles goed gaat, moet er met familie nog het een en ander uitgesproken worden. Volgens betrokkene wordt zij door GGZ niet goed behandeld. Er wordt gedreigd met medicatie in de vorm van een spuit door mannelijk personeel. Betrokkene heeft eerder medicatie geïnjecteerd gekregen en wil dit niet nog eens. Volgens betrokkene kan zij naar huis. Daar wil zij overleggen met familie. Betrokkene wil thuis medicatie en zorg ontvangen. Zij doet alles om een langere opname te voorkomen, want dat trekt zij namelijk niet. Anders dan de verpleegkundig specialist denkt betrokkene niet dat er sprake is van een ontregeling. Wel is er sprake van spiritualiteit en dat mag er zijn.
4.2.
De verpleegkundig specialist verklaart, samengevat, dat betrokkene is opgenomen omdat zij thuis overlast veroorzaakte. Betrokkene heeft last van betrekkingswanen door een psychose. De ontregeling van betrokkene is momenteel nog niet naar de achtergrond. Gezien wordt dat betrokkene weinig gemotiveerd is om medicatie in te nemen. Thuis nam betrokkene geen medicatie. Op dit moment wordt betrokkene ingesteld op een antipsychoticum. Een voortzetting van de crisismaatregel is nodig om verdere escalatie in de thuissituatie te voorkomen. Van de verzochte vormen van zorg is het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van andere medische handelingen, het uitoefenen van toezicht en het beperken van gebruik van communicatiemiddelen niet nodig. Insluiten was eerder noodzakelijk, maar onduidelijk is of dit in de komende periode nog voorzienbaar is. De bedoeling is om betrokkene uiteindelijk ambulant te behandelen.
4.3.
De verpleegkundige beaamt hetgeen de verpleegkundig specialist naar voren heeft gebracht.
4.4.
De advocaat bepleit, samengevat, om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is het niet eens met de diagnose dat er bij haar sprake is van een manisch psychotisch toestandsbeeld. Zij benoemt alleen dat zij last heeft van een trauma. Volgens betrokkene is er ook geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer. Betrokkene wil naar huis en is daartoe ook in staat. Zij is bereid om thuis medicatie te blijven gebruiken en begeleiding van het FACT te ontvangen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene door haar gedrag agressie over zichzelf afroept. Zij gooit met spullen, veroorzaakt overlast door hard in huis te gillen en is dreigend aanwezig. Daarnaast beschuldigt betrokkene een ander van aanranding. Bij een eerdere psychose is betrokkene in de auto gestapt, wat leidt tot gevaarlijke situaties.
5.4.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen.
De enkele ontkenning van betrokkene dat er iets met haar aan de hand is, geeft de rechtbank geen reden om aan de medische verklaring en de verklaring van de verpleegkundig specialist te twijfelen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat op dit moment bij betrokkene sprake is van een manisch psychotisch toestandsbeeld, waarbij sprake is van betrekkingswanen.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.1
De rechtbank zal ‘toedienen van vocht en voeding’ alsmede ‘het
verrichten andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ alsook ‘uitoefenen van toezicht’ niet in de machtiging overnemen, nu betrokkene dit niet nodig heeft.
5.6.2
De noodzaak van ‘insluiten’ als vorm van verplichte zorg is de rechtbank,
gelet op de toelichting tijdens de zitting, onvoldoende gebleken. Hoewel het insluiten van betrokkene eerder noodzakelijk was, is onvoldoende toegelicht dat dit in de komende periode voorzienbaar is.
5.6.3
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen
opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij geeft duidelijk aan niet opgenomen te willen blijven. Zij vindt behandeling niet nodig, omdat er niets met haar aan de hand is. Dit maakt het maken van behandelafspraken in het vrijwillig kader niet mogelijk, wat verplichte zorg noodzakelijk maakt.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.6.3;
- opnemen in een accommodatie;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 oktober 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier en op schrift gesteld op 21 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.