ECLI:NL:RBZWB:2025:7099

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440018 / FA RK 25-4839
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging Wvggz voor twaalf maanden ondanks verzet betrokkene

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 7 oktober 2025 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en gaf via zijn advocaat aan niet gehoord te willen worden en bezwaar te hebben tegen de zorgmachtiging en medicatie.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene correct was opgeroepen maar bewust afwezig bleef. Uit medische stukken en verklaringen bleek dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis met ernstige gevolgen zoals verwaarlozing, agressie en sociaal isolement. Vrijwillige zorg was niet mogelijk omdat betrokkene zich tegen behandeling verzette.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De machtiging omvat het toedienen van medicatie, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, met uitzondering van voeding en vochttoediening. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden. Tegen de beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden ondanks het verzet van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440018 / FA RK 25-4839
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 september 2025;
  • de tijdens de zitting door de advocaat overhandigde e-mailberichten van betrokkene van 3 en 10 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025 voor de woning van betrokkene. Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • casemanager, mevrouw [persoon] .
1.3.
Bij aanvang van de zitting meldt de advocaat dat betrokkene het niet eens is met het verzoek en hij uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij niet door de rechtbank gehoord wenst te worden. De advocaat overhandigt de rechtbank een mailwisseling met betrokkene waaruit dit blijkt. De rechtbank houdt de e-mails van betrokkene aan de aanwezigen voor en leest daaruit, voor zover hier van belang, het volgende wat betrokkene schrijft:
“(…) Er komt weer een zitting aan voor zorgmachtiging ggz maar ik zal er niet bij zijn want ik moet werken en de rechter zegt toch de ggz is de authoriteit dus die volgt hij. (ik heb gelukkig weer werk als programmeur in de ict) ik ben er zo ziek van dat die rechter mij niet hoort, alleen ggz authoriteit vindt, dat ik er geen vrij van werk voor wil nemen, of ik er ben of niet, ik win toch niet. Kun jij even voor mij op komen bij de zitting en zeggen dat ik de zorgmachtinging absoluut niet wil en dat ik nooit psychotisch ben geweest hetgeen ggz vindt van wel en mij voor behandeld.(…)”
1.4.
Uit de inhoud van de overlegde e-mailberichten van betrokkene leidt de rechtbank af dat betrokkene niet gehoord wenst te worden. Betrokkene is correct opgeroepen en is via zijn advocaat op de hoogte gebracht van de zittingsdatum, hetgeen zichtbaar is in de overgelegde e-mailberichten. Betrokkene kiest er echter bewust voor om niet bij de zitting aanwezig te zijn. De rechtbank stelt aldus vast dat betrokkene niet gehoord wenst te worden en zal de zitting voorzetten bij afwezigheid van betrokkene.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 5 november 2025.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene is niet bij de zitting aanwezig, maar heeft schriftelijk zijn standpunt te kennen gegeven; betrokkene is het niet eens met het verzoek. Hij is nooit psychotisch geweest en de medicatie doet hem niets. Betrokkene wil van de zorgmachtiging
af.
4.2.
De casemanager verklaart, kort samengevat, als volgt. Op dit moment krijgt betrokkene depotmedicatie. Men moet moeite doen om met betrokkene daarvoor een afspraak te maken. Momenteel is er alleen functioneel contact. Op dit moment heeft betrokkene werk. Dit is mogelijk vanwege de stabiliteit die de medicatie met zich brengt. Wanneer betrokkene hiermee stopt, zal hij niet meer kunnen werken en verwaarloost hij zichzelf. Ook de woning van betrokkene is verwaarloosd. Zo ligt er in de gang post van afgelopen 5 jaar. De zorgmodaliteiten uit de huidige zorgmachtiging van betrokkene kunnen in de nieuwe zorgmachtiging worden overgenomen.
4.3.
De advocaat bepleit om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is duidelijk in zijn standpunt. Hij wil geen zorgmachtiging. Ook is hij nooit psychotisch geweest. Wanneer het verzoek toch wordt toegewezen, dan wil betrokkene in overleg over het afbouwen van zijn medicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, overige dsm-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De enkele ontkenning van betrokkene dat er iets met hem aan de hand is, geeft de rechtbank geen reden om aan de medische verklaring te twijfelen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in psychotische episoden agressief gedrag vertoont en onvoorspelbaar is. Daarnaast is er dan sprake van verwaarlozing van zichzelf en zijn woonomgeving. Bovendien raakt betrokkene dan makkelijk in conflict met anderen, vertoont hij seksueel grensoverschrijdend gedrag en dreigt er daardoor een isolement en verdere maatschappelijke teloorgang.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene verzet zich duidelijk tegen betrokkenheid van GGZ en medicatiegebruik. Volgens betrokkene is er niets met hem aan de hand. Gevreesd wordt dan ook dat betrokkene zijn medicatie zal staken wanneer er geen zorgmachtiging is. Dit moet worden voorkomen, omdat het juist vanwege de medicatie goed gaat met betrokkene. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.1
Gelet op de toelichting van de casemanager zal de rechtbank ‘toedienen van vocht en voeding’ alsook ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ niet in de machtiging overnemen, nu betrokkene dit niet nodig heeft.
5.7.2
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘het aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet noodzakelijk.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.7.2;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 21 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.