ECLI:NL:RBZWB:2025:7101

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439528 / JE RK 25-1617
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens complexe problematiek en terugplaatsing bij moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds kort weer bij haar moeder woont. De minderjarige heeft een geschiedenis van ernstige ontwikkelingsbedreigingen, waaronder blootstelling aan huiselijk geweld, negatieve seksuele ervaringen en herhaald wegloopgedrag. Ondanks positieve stappen zoals schoolgang en werk, blijft haar situatie kwetsbaar en complex.

De GI benadrukt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is om de risico's weg te nemen en dat regievoering noodzakelijk is om de terugplaatsing bij de moeder te monitoren en hulpverlening veilig voort te zetten. De moeder toont een verbeterde houding en neemt haar rol als opvoeder serieus, maar moet nog leren omgaan met de risico's en het gedrag van de minderjarige adequaat begrenzen.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan, gezien de voortdurende ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en de complexiteit van de situatie. De beschikking wordt verlengd voor een jaar en direct uitvoerbaar verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 8 november 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439528 / JE RK 25-1617
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [geboorteplaats] ,
advocaat: mr. N.A. Boelhouwer uit Tilburg.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 1] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.
Hoewel daartoe correct opgeroepen zijn de moeder en de vader niet bij de zitting verschenen.
1.4.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek of via het schrijven van een brief aan de kinderrechter. Hiervan heeft zij geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
Bij beschikking van 5 november 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 november 2025 en een machtiging gesloten
jeugdhulp verleend met ingang van 8 november 2024 tot 8 mei 2025.
2.3.
Bij beschikking van 2 mei 2025 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven met ingang van 8 mei 2025 tot 8 november 2025.
2.4.
Op grond van voormelde machtiging verbleef [minderjarige] bij [accommodatie] te [plaats 2] . Tijdens de zitting is komen vast te staan dat [minderjarige] sinds twee weken weer bij de moeder woont en de machtiging gesloten jeugdhulp door [accommodatie] is geschorst.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] is een meisje dat veel ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Haar opvoedingssituatie was instabiel en (emotioneel) onveilig. Zij is ernstig tekort gekomen in basisbehoeften, is getuige geweest van huiselijk geweld en heeft een negatieve seksuele ervaring meegemaakt.
Er bestaan al langere tijd zorgen over de gehechtheidsontwikkeling van [minderjarige] . Zij zet steeds de behoefte van een ander voorop en cijfert eigen behoeften weg waardoor zij hiervan vervreemd. Het lukt daardoor niet om eigen grenzen te herkennen. Dit levert een belemmering op in haar sociaal-emotionele ontwikkeling. Van [minderjarige] is daarnaast bekend dat zij in contact met jongens en mannen op zoek is naar genegenheid. Er bestaan zorgen over de seksuele ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . [minderjarige] is meerdere keren weggelopen en heeft (ook op seksueel gebied) in onveiligheid verkeerd. In augustus 2025 is [minderjarige] voor het laatst weggelopen. Zij is toen door de politie aangetroffen op een adres in Arnhem bij een 20-jarige jongen die bekend staat om het in huis nemen van
vermiste meisjes en mogelijk ook bekend is met seksueel misbruik. Gezien wordt dat het zoeken van spanning [minderjarige] helpt om innerlijke rust te creëren. Onbedoeld en onbewust zal zij haar eigen onveiligheid blijven creëren zodra zij daartoe de mogelijkheid krijgt. Dit bekende patroon is niet te doorbreken in geslotenheid. De GI heeft ook niet de illusie dat het gevaar van een herhaling van dit patroon met een thuisplaatsing bij de moeder is geweken.
4.2.
Ondanks het weglopen van [minderjarige] is vastgehouden aan het plan om een terugplaatsing bij de moeder te realiseren. Inmiddels woont [minderjarige] sinds 30 september 2025 fulltime bij haar moeder. Zij gaat naar school en werkt daarnaast 23 uur. Tot nu toe lijkt het goed te gaan bij de moeder thuis. De GI ziet dat de houding van de moeder in de afgelopen tijd is gewijzigd. Waar zij eerst eerder passief was, wordt nu gezien dat zij zich nu optimaal inspant en zij ook haar gevoeligheid neerlegt en zich kwetsbaar opstelt.
4.3.
Er is voor [minderjarige] hulpverlening ingezet in de vorm van MST-therapie met als focuspunten haar seksuele ontwikkeling en wegloopgedrag. Daarnaast zal in de komende periode worden gewerkt aan het contact tussen [minderjarige] en de vader. Op dit moment ziet [minderjarige] haar vader alleen overdag en vindt er geen overnachting plaats. De GI maakt zich wel zorgen over de vader, omdat hij zich onvoorspelbaar kan tonen. Wanneer het hem teveel wordt, kan dit mogelijk schadelijk zijn voor [minderjarige] . Daarnaast zal in de komende periode worden ingezet op de rol van de moeder als fulltime opvoeder van [minderjarige] . Zij moet leren om te gaan met de risico’s in de ontwikkeling van [minderjarige] en dient zij te weten wat zij moet doen wanneer [minderjarige] opnieuw weg zal lopen. Daarbij komt ook dat de moeder moet leren wat zij moet doen om [minderjarige] in haar gedrag te kunnen begrenzen.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
Namens de moeder wordt, samengevat, aangevoerd dat zij het eens is met het verzoek. [minderjarige] woont sinds twee weken weer bij de moeder. Dat gaat goed. De moeder zegt strenger op te treden en meer regels te hanteren. [minderjarige] gaat naar school en heeft daarnaast haar werk. Afspraken met ambulante hulpverlening worden nagekomen.

6.De beoordeling

Wat zegt de wet?
6.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Artikel 1:255 lid 1 BW Pro bepaalt dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
Wat vindt de kinderrechter?
6.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.4.
Onweersproken is door de GI gesteld dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. De zorgen om haar seksuele ontwikkeling zijn nog steeds actueel. Het wegloopgedrag en het (onbedoeld) zoeken naar onveiligheid lijkt een niet te doorbreken patroon. Ook in de afgelopen periode, augustus 2025, is [minderjarige] weggelopen en heeft zij in onveiligheid verkeerd. De kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van [minderjarige] blijven een terugkerend probleem.
6.5.
Hoewel [minderjarige] in de afgelopen periode ook positieve stappen heeft laten zien, zoals met haar schoolgang, het behouden van werk en zich inzetten voor hulpverlening, blijft haar situatie uiterst pril. Naar het oordeel van de kinderrechter kan de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De situatie is daarvoor simpelweg te complex. Regievoering van de GI is nodig, enerzijds om de moeder handvatten te kunnen blijven geven in de opvoeding van [minderjarige] en de thuisplaatsing bij de moeder te monitoren en anderzijds om hulpverlening voor [minderjarige] op een veilige basis voort te kunnen zetten. Wanneer [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder onverhoopt wegloopt, moet bovendien ingegrepen kunnen worden.
6.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.
6.7.
De kinderrechter onderstreept de door de GI genoemde doelen. De komende periode dient er hulpverlening te zijn die gericht is op de rol van de moeder (en de stiefvader) nu zij weer volledig opvoeder van [minderjarige] is; de moeder moet leren omgaan met de risico's in de ontwikkeling van [minderjarige] en dient over opvoedvaardigheden te beschikken om [minderjarige] in gedrag aan te sturen en te kunnen begrenzen. Tevens is het belangrijk dat er aandacht blijft voor het contact tussen [minderjarige] en haar vader én er samen met [minderjarige] wordt gekeken hoe zij risicovol gedrag bij zichzelf kan signaleren.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 november 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 20 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.