ECLI:NL:RBZWB:2025:7103

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/435612 / FA RK 25-2593
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
  • Van der Pols
  • Hendriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming verhuizing en wijziging zorgregeling minderjarige kind

Partijen zijn ouders van een minderjarige die momenteel bij de moeder verblijft. De moeder verzocht om vervangende toestemming voor verhuizing van het kind naar een andere woonplaats, inschrijving op een andere school en wijziging van de zorgregeling. De vader stemde in met de verhuizing maar niet met de schoolwisseling en wilde een uitbreiding van het contact met het kind.

De rechtbank oordeelde dat de vader instemde met de verhuizing en verleende daarom vervangende toestemming voor verhuizing. De schoolwisseling werd afgewezen omdat het kind gevoelig is voor veranderingen, een loyaliteitsconflict ervaart en het in zijn belang is om op de huidige school te blijven. De zorgregeling werd gewijzigd zodat het kind voortaan eens per twee weken in de oneven weken van woensdag tot zondagavond bij de vader verblijft, met vervoer geregeld door de moeder.

De rechtbank benadrukte het belang van het kind bij het behouden en uitbreiden van contact met de vader en gaf aan dat de ouders zich moeten inzetten voor verbetering van hun onderlinge communicatie via het Uniform Hulpaanbod. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Vervangende toestemming voor verhuizing verleend, zorgregeling gewijzigd, schoolwisselingsverzoek afgewezen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/435612 / FA RK 25-2593
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking van de meervoudige kamer betreffende vervangende toestemming verhuizing, vervangende toestemming inschrijving school en wijziging zorgregeling
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat: mr. M.T.E. Kranenburg te Roosendaal,
tegen
[de man] ,
hierna te noemen: de man,
wonende te [plaats 1] ,
advocaat: mr. C.G.M. Baas te Bergen op Zoom.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de meervoudige kamer van de rechtbank over de verzoeken te adviseren.

1.Het verdere procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 19 mei 2025 ontvangen verzoekschrift ter verkrijging van vervangende toestemming verhuizing en schoolinschrijving, met bijlagen;
- het F9-formulier van mr. Kranenburg van 25 juni 2025, met bijlagen;
- het op 10 september 2025 ontvangen verweerschrift, tevens voorwaardelijk zelfstandig verzoek, tevens zelfstandig verzoek vaststelling zorgregeling, met bijlagen;
- het op 16 september 2025 ontvangen verweerschrift op (voorwaardelijke) zelfstandige verzoeken, tevens houdende aanvullend verzoek, met bijlagen;
- de tussenbeschikking van deze rechtbank van 29 september 2025
1.2
De verzoeken zijn door de meervoudige kamer van deze rechtbank mondeling behandeld op 22 september 2025. Bij die behandeling zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was aanwezig een vertegenwoordigster van de Raad.

2.De feiten

2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende, thans nog minderjarige kind is geboren:
-
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019.
2.2
De minderjarige verblijft bij de vrouw.
2.3
De man heeft de minderjarige erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het
ouderlijk gezag over de minderjarige.
2.4
Partijen zijn nog geen definitief ouderschapsplan overeengekomen. Op dit moment
geldt er een zorgregeling waarbij de man en [minderjarige] contact met elkaar hebben eens per
veertien dagen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot en met maandagmiddag
voor de zwemles van [minderjarige] .
2.5
Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 29 september
2025 zijn partijen verwezen naar zorg in het kader van het Uniform Hulpaanbod.

3.De verzoeken

3.1
De vrouw verzoekt bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad, haar vervangende toestemming te verlenen om voor en ten behoeve van [minderjarige] , zonder dat daartoe medewerking of toestemming van de man noodzakelijk is en op basis van de daartoe door de rechtbank af te geven beschikking:
  • met [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019 te kunnen verhuizen naar [adres 1] ;
  • [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019 te kunnen inschrijven als leerling op de [basisschool] , gevestigd aan de [adres 2] .
Voorts verzoekt de vrouw bij wege van aanvullend verzoek, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat de reguliere zorgregeling wordt aangepast opdat [minderjarige] een even en een oneven weekend per maand bij zijn vader verblijft en een even en een oneven weekend bij zijn moeder, met ingang van 1 oktober 2025, danwel een daartoe nader door de rechtbank vast te stellen datum.
Ten aanzien van de zelfstandige verzoeken van de wederpartij:
De vrouw voert verweer tegen de (voorwaardelijke) zelfstandige verzoeken van de man en verzoekt deze af te wijzen.
3.2
De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw en verzoekt deze verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen.
Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt de man:
Primair
I. Indien de rechtbank de vrouw vervangende toestemming verleent om te verhuizen, te bepalen dat [minderjarige] vanaf de datum dat de moeder naar [plaats 2] verhuist, zijn hoofdverblijf zal hebben bij de man.
II. Te bepalen dat indien het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de man wordt vastgesteld - zo begrijpt de rechtbank op basis van de toelichting van de advocaat van de man ter zitting - de vastgestelde alimentatie wordt gewijzigd naar nihil, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht.
Subsidiair
III. Indien de rechtbank de vrouw vervangende toestemming verleent om te verhuizen, te bepalen dat [minderjarige] in de even weken bij de man verblijft vanaf maandag tot en met zondag en de andere week bij de vrouw, waarbij de wissel zal plaatsvinden op zondag 18.00 uur zorgdragen voor het halen en brengen van [minderjarige] naar school, en de helft van de vakanties, zodat [minderjarige] op school kan blijven in [plaats 1] , subsidiair een regeling die de rechtbank juist acht.
Meer subsidiair
IV. Indien de rechtbank de vrouw vervangende toestemming verleent om te verhuizen, te bepalen dat [minderjarige] en de man omgang hebben met elkaar een keer in de twee weken, in de even weken, vanaf woensdag na school tot en met zondag 19.00 uur en de helft van de vakanties, subsidiair een regeling die de rechtbank juist acht.
Bij wijze van voorwaardelijk zelfstandig verzoek verzoekt de man:
V. Te bepalen dat indien de vrouw vervangende toestemming krijgt om [minderjarige] in te schrijven op een school in [plaats 2] , de vrouw [minderjarige] zal halen bij de man en naar de school in [plaats 2] zal brengen en vervolgens [minderjarige] uit school zal halen en naar de man zal brengen.
3.3
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, hierna ingegaan.

4.De beoordeling

4.1
De vrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoeken aangevoerd dat zij de wens heeft om samen met [minderjarige] , haar nieuwe partner en diens kinderen een gezin te vormen en samen te wonen. De woning van de partner in [plaats 2] biedt daar, in tegenstelling tot de woning van de vrouw in [plaats 1] , voldoende ruimte voor, en [minderjarige] is inmiddels gewend aan deze woning en de omgeving, aangezien hij daar al het merendeel van de tijd verblijft. De partner van de vrouw kan niet naar [plaats 1] verhuizen omdat haar oudste dochter van veertien jaar is geworteld in [plaats 2] . Ook bevindt het netwerk van de vrouw en haar partner zich in [plaats 2] . De vrouw acht het in het belang van [minderjarige] dat hij samen met zijn stiefbroertje en -zusjes verder kan opgroeien in één stabiel en hecht hoofdgezin en hij niet meer telkens moet wisselen tussen drie verschillende opvoedsituaties. [minderjarige] wil dat zelf ook graag en zo wordt [minderjarige] een voorspelbare en veilige opvoedomgeving en rust geboden. De verhuizing naar [plaats 2] zal daarnaast geen gevolgen hebben voor het contact tussen de man en [minderjarige] . Dit contact is de afgelopen jaren opgebouwd tot een weekendregeling, sinds mei 2025 met de maandag uitgebreid en vindt nu eens per twee weken plaats in de even weken van vrijdag uit school tot maandag voor zwemles. Dit kan op de huidige wijze worden voortgezet en eventueel op termijn verder worden uitgebreid. De vrouw vindt dit contact erg belangrijk en heeft dit altijd gestimuleerd. Normaal gesproken lukt het partijen volgens de vrouw redelijk goed om met elkaar in overleg te treden en afspraken te maken. Vanwege de huidige procedure is dat wat lastiger geworden. Verder ligt [plaats 2] volgens de vrouw op de route van de man van en naar zijn werk. Mocht het voor de man niet mogelijk zijn om [minderjarige] in [plaats 2] op te halen of hem daar naar toe te brengen, zal de vrouw het vervoer en de kosten daarvan voor haar rekening nemen. De vrouw benoemt tot slot dat de man in eerste instantie toestemming gaf aan de vrouw voor de verhuizing met [minderjarige] naar [plaats 2] . Hij kon echter niet instemmen met de door de vrouw beoogde schoolwisseling van [minderjarige] naar [plaats 2] en heeft vervolgens, toen de vrouw aangaf daar een procedure voor te willen opstarten, zijn toestemming voor de verhuizing ingetrokken. Hierdoor is het niet mogelijk voor de vrouw om de gewenste vervolgstappen voor de verhuizing te nemen.
Ten aanzien van de beoogde schoolwisseling benoemt de vrouw dat de beoogde school in [plaats 2] aansluit bij de behoeften en de ontwikkeling van [minderjarige] , goed bekend staat en vlakbij de woning van de partner is gelegen. De vrouw acht het van groot belang dat [minderjarige] in de buurt van waar hij woont naar school gaat en vriendjes kan maken, aangezien hij erg prikkelgevoelig is en baat heeft bij zo min mogelijk reistijd en wisselingen. Daarom is een verhuizing zonder schoolwisseling geen optie volgens de vrouw. De extra reistijd zal zorgen voor stress en het dagelijks ritme van [minderjarige] verstoren. Ook zullen de vrouw en haar partner dan geen uitvoering kunnen geven aan hun kinderwens en zal de vrouw genoodzaakt zijn haar woning in [plaats 1] aan te houden. [minderjarige] geeft zelf aan dat hij heel graag naar dezelfde school als zijn stiefbroertje en -zusje wil gaan. Hij heeft nu met één klasgenootje uit [plaats 1] goed contact en de vrouw zal ervoor zorgen dat dit contact kan worden voortgezet. Daarbij komt nog dat de school in [plaats 2] goed te bereiken is voor de man en volgens de vrouw op de route van de man tussen zijn woning en zijn werk ligt.
De vrouw wil tot slot graag dat [minderjarige] voortaan ook één weekend per maand in de even weken bij haar verblijft, zodat [minderjarige] ook een weekend per maand met zijn stiefbroertje en
-zusjes kan doorbrengen. Zij verblijven in de oneven weekendes bij hun andere ouder en daardoor loopt [minderjarige] hen nu in alle weekenden mis. Dit vindt [minderjarige] erg jammer. Het leidt bij hem tot boosheid, jaloezie en verdriet. Het halfzusje van [minderjarige] aan vaderszijde is altijd bij de man, dus het contact tussen hen zal hierdoor niet worden beperkt. De vrouw heeft diverse voorstellen gedaan om tot een wijziging van de zorgregeling te komen, maar de man staat daar niet voor open. De vrouw vindt het verder op dit moment niet in het belang van [minderjarige] dat hij meer tijd bij de man doorbrengt, omdat de man fulltime werkt en de verzorging en opvoeding van [minderjarige] dan deels op de partner van de man neerkomt, terwijl de vrouw altijd beschikbaar is voor [minderjarige] en een vertrouwd onderdeel van zijn dagelijks leven is. Recent is volgens de vrouw ook gebleken dat de uitbreiding van contact tussen de man en [minderjarige] op woensdag niet goed voor [minderjarige] was. [minderjarige] reageerde hier slecht op en huilde veel, zowel ’s avonds bij het naar bed gaan, als bij het halen en brengen naar school en naar de man. Daarom heeft de vrouw de uitbreiding teruggedraaid. Uiteindelijk is het contact wel uitgebreid met de maandag. Dit moet nu eerst zo worden voortgezet. Een week-om-weekregeling acht de vrouw niet in het belang van [minderjarige] . Hij heeft dan weliswaar minder wisselingen tussen de ouders, maar de overgang tussen de ouders wordt dan groter voor hem. [minderjarige] heeft hier nu al erg veel moeite mee, omdat hij de conflicten tussen de ouders meekrijgt. Daardoor is [minderjarige] volgens de vrouw in een loyaliteitsconflict terechtgekomen.
4.2
De man heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aangegeven dat de verhuizing van de vrouw en [minderjarige] naar [plaats 2] geen probleem is voor hem. De door de vrouw beoogde schoolwijziging van [minderjarige] is dat wel. De man vindt het erg belangrijk dat [minderjarige] in zijn huidige, vertrouwde omgeving zijn schoolgang kan voortzetten. [minderjarige] is gevoelig voor veranderingen en gaat al naar deze school sinds de peuterspeelzaal, en heeft daar zijn vriendjes, netwerk en vereniging. Ook is deze school dichtbij de woning van de man, waardoor de man [minderjarige] zelf naar school kan brengen en uit school kan ophalen. Dat is niet mogelijk als [minderjarige] in [plaats 2] naar school gaat, omdat de man het halen en brengen van [minderjarige] dan niet kan combineren met zijn werk. Daarbij komt dat de andere kinderen in het gezin van de man (straks) allemaal naar de huidige school van [minderjarige] in [plaats 1] gaan. De man kan dan niet op twee plekken tegelijkertijd zijn om de kinderen naar school te brengen en uit school op te halen. Wat verder meespeelt, is de grote angst van de man om [minderjarige] te verliezen. Het huidige contact tussen de man en [minderjarige] is al zeer gering en het lukt ondanks de jarenlange wens van de man daartoe maar niet om dit contact uit te breiden. Als [minderjarige] dan ook niet meer in [plaats 1] naar school zou gaan, vreest de man dat [minderjarige] uit zijn leven zal verdwijnen. Mocht de rechtbank toch toestemming verlenen aan de vrouw voor de schoolwisseling van [minderjarige] , dan dient de vrouw het halen en brengen van [minderjarige] naar de man en van en naar school volledig voor haar rekening te nemen.
De man wil dus graag een grotere rol in het leven van [minderjarige] spelen en zijn contact met [minderjarige] uitbreiden. De man ziet veel van zijn eigen karaktereigenschappen terug in [minderjarige] en kan hem hierin goed ondersteunen. In tegenstelling tot de (voorwaardelijke) zelfstandige verzoeken, is het niet zijn wens om het hoofdverblijf van [minderjarige] bij hem te bepalen. Wel wil de man dat er een week-om-weekregeling wordt vastgelegd, zodat [minderjarige] een gelijkwaardige opvoeding heeft bij zijn beide ouders. [minderjarige] hoeft dan ook minder te wisselen tussen zijn ouders. Daar heeft hij nu veel moeite mee. Volgens de man heeft [minderjarige] last van de gebrekkige communicatie van en de conflicten tussen zijn ouders en verkeert [minderjarige] in een loyaliteitsconflict. De inzet van mediation heeft deze situatie niet verbeterd. Verder benoemt de man dat de vrouw weliswaar aangeeft dat zij op termijn openstaat voor een uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de man, maar de man heeft er geen vertrouwen in dat die uitbreiding er ook daadwerkelijk zal komen, omdat de vrouw de afspraken daaromtrent telkens niet nakomt of eenzijdig wijzigt. De recente beslissing van de vrouw om het contact van [minderjarige] en de man op woensdag stop te zetten en het aanvullende verzoek van de vrouw om het enige contact dat de man nu heeft met [minderjarige] , namelijk de weekendregeling, nu ook te wijzigen, bevestigen deze gang van zaken, aldus de man. Dit verzoek van de vrouw dient dan ook te worden afgewezen. Tot slot benoemt de man dat zijn verzoek tot nihilstelling van de alimentatie enkel is bedoeld voor de situatie waarin het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de man wordt bepaald, hetgeen dus niet de wens is van de man.
4.3
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de vertegenwoordigster van de Raad naar voren gebracht dat zij lastig kan adviseren, omdat zij geen stukken heeft ontvangen en daardoor niet precies weet welke verzoeken er voorliggen. Wel acht zij, zeker met de inzet van hulpverlening in het kader van het Uniform Hulpaanbod, de afstand tussen de ouders in [plaats 1] en [plaats 2] overbrugbaar voor [minderjarige] . Ook verwacht zij dat het voor deze ouders mogelijk moet zijn dat zij met een goede zorgregeling allebei een uitgebreide en op termijn wellicht gelijkwaardige rol in het leven van [minderjarige] kunnen gaan spelen en dat de ouders met of zonder schoolwisseling van [minderjarige] hun weg zullen gaan vinden vanuit hun eigen (nieuwe) gezin. De ouders komen daar nu niet samen uit, dus een beslissing van de rechtbank is noodzakelijk. Vanuit daar kunnen de ouders hopelijk verdere stappen gaan nemen.
4.4
De rechtbank overweegt als volgt.
Vervangende toestemming verhuizing
4.4.1
Partijen hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dit brengt met
zich dat de vrouw voor een eventuele verhuizing met [minderjarige] naar [plaats 2] de toestemming van de man nodig heeft. De man heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling meermaals aangegeven dat de verhuizing van de vrouw en [minderjarige] naar [plaats 2] voor hem geen probleem is. Hieruit begrijpt de rechtbank dat de man kan instemmen met de door de vrouw beoogde verhuizing met [minderjarige] naar [plaats 2] . De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor de verhuizing. Nu de man blijkens de overgelegde stukken eerder evenwel wisselend was over de verhuizing van de vrouw met [minderjarige] naar [plaats 2] en de onderlinge verhoudingen van partijen verstoord zijn geraakt, waardoor zij er op dit moment onvoldoende in slagen om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren, samen te werken en afspraken te maken, zal de rechtbank, voor zover nodig ter vervanging van de toestemming van de man, alsnog vervangende toestemming verlenen voor de verhuizing, aangezien de rechtbank het in het belang van [minderjarige] acht dat hier nu duidelijkheid over gaat ontstaan. Beide partijen hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ook aangegegen dat zowel [minderjarige] als zijzelf daar veel behoefte aan hebben. Gelet hierop zal de rechtbank de vervangende toestemming voor de verhuizing van de vrouw met [minderjarige] naar [plaats 2] verlenen.
4.4.2
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Vervangende toestemming inschrijving school
4.4.3
Zoals hiervoor reeds overwogen zijn partijen gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] , hetgeen met zich brengt dat de vrouw ook voor een eventuele inschrijving van [minderjarige] op een andere school de toestemming van de man nodig heeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden, kunnen geschillen op grond van artikel 1:253a lid 1 BW aan de rechtbank worden voorgelegd. Omdat de man geen toestemming geeft, zal de rechtbank een beslissing nemen op het verzoek van de vrouw om [minderjarige] in te schrijven op de [basisschool] in [plaats 2] . De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.
4.4.4
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw om aan haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op de [basisschool] in [plaats 2] afwijzen en overweegt daartoe als volgt.
4.4.5
Uit de overgelegde stukken en het gesprek ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is het de rechtbank niet alleen gebleken dat [minderjarige] een erg gevoelige jongen is en dat hij lastig met veranderingen kan omgaan, maar ook dat [minderjarige] al lange tijd klem zit tussen zijn ouders. Zowel de man als de vrouw hebben tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat [minderjarige] veel last heeft van de gebrekkige communicatie van en de conflicten tussen hen, en dat [minderjarige] daardoor in een loyaliteitsconflict is komen te verkeren. De rechtbank vindt het positief dat beide partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben ingestemd met de verwijzing naar het Uniform Hulpaanbod om te werken aan hun onderlinge verstandhouding en communicatie en zo de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. In de tussentijd acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat hij op zijn huidige basisschool kan blijven en er nu – in ieder geval in zijn schoolleven – geen ingrijpende verandering zal plaatsvinden. Dit geldt temeer nu [minderjarige] vertrouwd is op zijn huidige school, hij daar vriendjes heeft en hij ook in deze omgeving buitenschoolse activiteiten heeft, zoals de scouting. Ook zal [minderjarige] de komende tijd moeten wennen aan de verhuizing naar [plaats 2] en de gezinssamenstelling en -dynamiek aldaar. De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat een schoolwisseling onder de huidige omstandigheden en gezien de komende veranderingen moeilijk zal zijn voor [minderjarige] en mogelijk te veel zal vragen van zijn draagkracht. Dit maakt dat de schoolwisseling niet in het belang van [minderjarige] wordt geacht en het verzoek daartoe zal worden afgewezen.
Wijzigen zorgregeling
4.4.6
De verzoeken van beide partijen tot wijziging van de zorgregeling zijn eveneens gebaseerd op artikel 1:253a BW. De rechtbank kan op grond van artikel 1:377e BW op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake een zorgregeling of een door ouders onderling getroffen zorgregeling wijzigen indien de omstandigheden nadien zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
4.4.7
Partijen zijn een zorgregeling overeengekomen, op grond waarvan [minderjarige] bij de man verblijft eenmaal per veertien dagen in de even weken van vrijdag uit school tot maandag voor zwemles. Er is nog geen definitief ouderschapsplan opgesteld waarin deze zorgregeling is opgenomen. Nu er sprake is van verzoeken tot wijziging van de door de ouders onderling getroffen zorgregeling, dient de rechtbank te beoordelen of nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval, omdat de man zich niet (langer) in deze zorgregeling kan vinden en een uitbreiding van zijn contacten met [minderjarige] wenst, terwijl de vrouw een uitbreiding van het contact tussen [minderjarige] en de man op dit moment niet wenselijk vindt voor [minderjarige] . Ook het verlenen van vervangende toestemming aan de vrouw voor de verhuizing met [minderjarige] naar [plaats 2] maakt naar het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van een wijziging van de omstandigheden. De rechtbank zal het verzoek inhoudelijk beoordelen.
4.4.8
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is het de rechtbank gebleken dat de man een gelijkwaardige verdeling van de opvoeding en verzorging van [minderjarige] tussen partijen wenst. De man wil meer tijd met [minderjarige] doorbrengen, ook omdat hij veel van zijn eigen karakterkenmerken terugziet in [minderjarige] en [minderjarige] daar goed bij kan helpen. De vrouw heeft aangegeven dat zij er op termijn voor open staat om het contact tussen [minderjarige] en de man verder uit te breiden. Dit contact is onlangs, in mei 2025, nog uitgebreid met de maandag, en dat moet nu eerst een tijdlang zo worden voortgezet, aldus de vrouw, maar wel met dien verstande dat [minderjarige] voortaan ook één weekend per maand in de even weken bij de vrouw is, zodat [minderjarige] ook eens per maand een weekend met zijn stiefbroertje en -zusjes kan doorbrengen. Een gelijkwaardige verdeling van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] tussen de ouders acht de vrouw niet in het belang van [minderjarige] , omdat de overgang tussen de ouders dan veel groter wordt voor [minderjarige] en de huidige situatie waarin de vrouw de hoofdopvoeder van [minderjarige] is, vertrouwd is voor hem.
4.4.9
De rechtbank zal bepalen dat [minderjarige] voortaan eens per veertien dagen in de oneven weken van woensdag uit school tot zondagavond 19:00 uur bij de man verblijft, waarbij de vrouw het vervoer van [minderjarige] van de man naar de vrouw op zondagavond voor haar rekening neemt. De rechtbank stelt daarbij voorop dat zij het in het belang van [minderjarige] acht dat hij een goede band met zijn vader kan behouden en deze band verder kan opbouwen. De huidige zorgregeling vindt de rechtbank daarvoor vrij beperkt. De man haalt [minderjarige] in de huidige situatie eens per twee weken op vrijdag op uit school, brengt dan het weekend met [minderjarige] door en brengt [minderjarige] vervolgens op maandag naar school en uit school naar de zwemles. De betrokkenheid van de man bij [minderjarige] op doordeweekse dagen is thans minimaal en dat acht de rechtbank, zeker nu [minderjarige] zijn schoolgang in Bergen op Zoom zal voortzetten en de man er dus ook doordeweeks voor [minderjarige] kan zijn, niet in het belang van [minderjarige] . Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de vrouw geen zwaarwegende argumenten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat een uitbreiding van het contact van [minderjarige] en de man op dit moment niet in het belang van [minderjarige] zou zijn. De omstandigheid dat het eerdere contact tussen de man en [minderjarige] op woensdag volgens de vrouw niet goed uitpakte, doet daar niet aan af. De rechtbank acht het bovendien niet onaannemelijk dat dit werd veroorzaakt door de spanningen tussen de ouders en de wisselingen van [minderjarige] tussen de ouders op die dag zelf. De man heeft voorts op zijn beurt niet gemotiveerd aangetoond dat een wijziging in de zorgregeling, in die zin dat [minderjarige] voortaan in plaats van in de even weken, in de oneven weken bij hem verblijft, niet mogelijk is voor hem. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] wenselijk dat hij ook in de weekenden tijd met zijn halfzusje bij de man en bonusbroer en -zusjes bij de vrouw kan doorbrengen. Verder overweegt de rechtbank dat een week-om-weekregeling op dit moment een te grote stap voor [minderjarige] is gelet op het huidige contact van [minderjarige] en de man eens per twee weken van vrijdag uit school tot maandag voor zwemles. [minderjarige] is als gezegd gevoelig en kan niet goed tegen veranderingen. Ook zal de verzorging en opvoeding van [minderjarige] vanwege het werk van de man bij een week-om-weekregeling mogelijk deels bij de partner van de man terechtkomen. Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank een uitbreiding van het contact tussen de man en [minderjarige] in die zin dat zij voortaan in de oneven weken van woensdag uit school tot zondagavond 19:00 uur contact met elkaar hebben, voor nu het meest in het belang van [minderjarige] .
4.4.10
Daarbij spreekt de rechtbank de hoop uit dat partijen met deze beslissingen als uitgangspunt zich de komende periode vol zullen gaan inzetten voor de in het kader van het Uniform Hulpaanbod in te zetten hulpverlening, om te werken aan het verbeteren van hun verstandhouding en communicatie en zo de spanningen tussen hen te verminderen en de situatie voor [minderjarige] te verbeteren. De rechtbank gunt het partijen en [minderjarige] dat zij er vervolgens (weer) in zullen slagen constructief het gesprek met elkaar aan te gaan, samen te werken en afspraken te maken in het belang van [minderjarige] .
4.4.11
Ook dit deel van de beslissing zal in het belang van de minderjarige uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
verleent aan de vrouw vervangende toestemming om met de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019 te verhuizen naar de woning aan de [adres 1] ;
5.2
bepaalt dat er voortaan een zorgregeling geldt op grond waarvan [minderjarige] bij de man verblijft eens per veertien dagen in de oneven weken van woensdag uit school tot zondagavond 19:00 uur, waarbij de vrouw het vervoer van [minderjarige] van de man naar de vrouw op zondagavond voor haar rekening neemt;
5.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, voorzitter tevens (kinder)rechter, mr. Van der Pols en mr. Hendriks (kinder)rechters, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 in tegenwoordigheid van mr. De Haas, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.