Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar WIA-uitkeringsaanvraag door het UWV. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zeventien weken besloten en heeft deze termijn tweemaal verlengd, waardoor de uiterste beslisdatum op 9 juli 2025 lag. Eiseres stelde het UWV op 11 juli 2025 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen. De vertraging wordt door het UWV verklaard door een tekort aan verzekeringsartsen, wat de planning van spreekuren bemoeilijkt. De rechtbank acht een termijn van twee weken onredelijk kort en stelt daarom een termijn van vier maanden voor het UWV om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het griffierecht en proceskosten van €453,50 worden aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 oktober 2025.