Eiseres heeft op 1 november 2022 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van een WIA-uitkering. Het UWV ontving deze aanvraag op 3 november 2022 en had uiterlijk 29 december 2022 moeten beslissen. Nadat het UWV niet tijdig besliste, stelde eiseres het UWV op 2 januari 2023 in gebreke. Na ontvangst van deze ingebrekestelling op 4 januari 2023 verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog moet beslissen. Gezien de beperkte capaciteit en achterstanden bij het UWV acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige herbeoordeling mogelijk te maken, in plaats van de standaard twee weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 27 oktober 2025.