Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over een wijziging van haar WIA-uitkering per 18 oktober 2024. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 17 weken plus een verlenging van 6 weken op dit bezwaar beslist. Eiseres stelde het UWV vervolgens in gebreke en diende beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet tijdig heeft beslist. Hoewel het UWV een langere termijn van vier maanden vraagt vanwege het tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak tot zorgvuldige heroverweging, acht de rechtbank deze termijn redelijk en legt deze op.
Daarnaast wordt het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Het griffierecht en proceskosten van €453,50 worden aan eiseres vergoed. Een verzoek tot schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente over de dwangsom wordt afgewezen.