Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 10 juli 2024 tegen het besluit van 31 mei 2024 over haar WIA-uitkering.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 23 december 2024 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van deze ingebrekestelling zijn twee weken verstreken zonder dat het UWV een besluit heeft genomen.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat een hoorzitting en mogelijk aanvullend arbeidsdeskundig onderzoek nog nodig zijn, waardoor een besluit op korte termijn niet mogelijk is.
De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar alsnog te behandelen, waarbij het UWV een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 wordt opgelegd voor verdere overschrijding.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 oktober 2025.