ECLI:NL:RBZWB:2025:7124

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/435208 / JE RK 25-859
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Jansen
  • Van Leuven
  • Van der Pols
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na beëindiging gezag ouders

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds januari 2021 uit huis is geplaatst met instemming van de ouders. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn sindsdien meerdere malen verlengd.

Op 21 oktober 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant het gezag van de ouders over de minderjarige beëindigd en de GI tot voogd benoemd. Dit besluit is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hierdoor heeft de GI geen belang meer bij het verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

De rechtbank heeft het resterende verzoek van de GI dan ook afgewezen. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de moeder via Teams en haar advocaat, de advocaat van de vader, de pleegouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren. De vader was correct opgeroepen maar niet verschenen.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden na dagtekening, waarvoor een advocaat nodig is.

Uitkomst: Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing afgewezen na beëindiging gezag ouders.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/435208 / JE RK 25-859
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Nadere beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
zonder bij de rechtbank bekende woon- of verblijfplaats,
met een briefadres in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven in [plaats 1] ,
advocaat: mr. J.A. Scanlan uit Roosendaal,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
zonder bij de rechtbank bekende woon- of verblijfplaats,
met een briefadres in de Basis Registratie Personen (BRP) ingeschreven in [plaats 1] ,
advocaat: mr. F.J. Koningsveld uit Breda,
FAMILIE [de pleegouders],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [plaats 2] .
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1.Het nadere procesverloop

1.1.
Het nadere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
  • De in deze zaak gegeven beschikking van 1 juli 2025, die is hersteld bij beschikking van 11 juli 2025, met alle daarin genoemde stukken;
  • de brief van de GI van 16 september 2025, ingekomen bij de griffie op 17 september 2025.
1.2.
Op 9 oktober 2025 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank behandeling van de zaak voortgezet tijdens de zitting met gesloten deuren.. Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
  • de moeder, via Teams, bijgestaan door haar advocaat;
  • de advocaat van de vader;
  • de pleegouders;
  • twee vertegenwoordigsters van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
1.3.
De vader is correct opgeroepen, maar niet bij de zitting verschenen.
1.4.
Gelet op de nauwe samenhang tussen dit verzoek van de GI en de verzoeken van de Raad in de zaken met kenmerken C/02/427089 / FA RK 24-4509 en C/02/440412 / FA RK 25-5078, zijn deze zaken gelijktijdig mondeling behandeld.
1.5.
In de zaken met kenmerken C/02/427089 / FA RK 24-4509 en C/02/440412 / FA RK 25-5078 is bij separate beschikking van heden beslist.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] is eind januari 2021 met instemming van de ouders uit huis geplaatst. Bij beschikking van deze rechtbank van 6 juli 2022 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI en is een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg zijn sindsdien steeds verlengd.
2.3.
Bij beschikking van 1 juli 2025, die is hersteld bij beschikking van 11 juli 2025, zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor het laatst verlengd met ingang van 6 juli 2025 tot 6 november 2025. Het resterende deel van de verzoeken is aangehouden tot de zitting van 9 oktober 2025.
2.4.
[minderjarige] verblijft op grond van voornoemde machtiging bij de pleegouders.
2.5.
Bij beschikking van heden, in de zaak met kenmerk C/02/440412 / FA RK 25-5078, heeft de meervoudige kamer van de rechtbank het gezag van de ouders over [minderjarige] beëindigd en is de GI tot voogdes over haar benoemd.

3.De resterende verzoeken

3.1.
Thans ligt nog ter beoordeling voor het resterende verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van acht maanden en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van acht maanden.
3.2.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De nadere beoordeling

4.1.
De rechtbank overweegt dat bij beschikking van heden (in de zaak met kenmerk C/02/440412 / FA RK 25-5078) het gezag van de ouders over [minderjarige] is beëindigd. Daarnaast heeft de rechtbank de GI tot voogdes over [minderjarige] benoemd. Die beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2.
Het voorgaande betekent dat de GI geen belang meer heeft bij de onderhavige verzoeken.
4.3.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de resterende verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. Jansen, voorzitter, mr. Van Leuven en mr. Van der Pols, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. Van der Linde als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.