De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, geboren in 2012 en 2013, die onder toezicht staan van de Stichting Jeugdbescherming West Zeeland. De minderjarigen wonen bij hun moeder en zijn sinds 2018 onder toezicht gesteld, met meerdere verlengingen.
De Stichting Jeugdbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar, met als doel het contact tussen de kinderen en hun vader te onderzoeken en te monitoren, aangezien de kinderen geen contact meer wensen vanwege gevoelens van onveiligheid en loyaliteitsproblemen. De moeder steunt het verzoek, maar pleit voor een kortere verlenging van drie tot zes maanden, vanwege de negatieve impact van het contact met de vader op de kinderen.
Tijdens de zitting met gesloten deuren spraken de kinderrechter en de minderjarigen met beide kinderen, die aangaven geen contact meer te willen met hun vader en zich onveilig te voelen. De vader toont weinig reflectievermogen en communiceert negatief over de moeder, wat de kinderen belast. De ouders hebben recent een ouderschapsplan opgesteld, maar de communicatie blijft problematisch.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigd blijft en verlengt de ondertoezichtstelling met zes maanden, tot 20 april 2026, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek. De Stichting Jeugdbescherming wordt verzocht te rapporteren over de voortgang. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van de kinderen.