De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De GI verzocht tevens om bekrachtiging van het perspectiefbesluit dat de pleegouders het opvoedperspectief hebben, niet de moeder.
De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat, verzette zich tegen het verzoek en stelde dat de GI onvoldoende zicht heeft gekregen op haar opvoedvaardigheden en dat passende hulpverlening niet is ingezet. De kinderrechter constateerde dat de GI de opdracht van rechtbank en hof om een extern perspectiefonderzoek uit te voeren niet heeft opgevolgd en het perspectiefbesluit op basis van eigen observaties heeft genomen.
De kinderrechter oordeelde dat het perspectiefbesluit niet bekrachtigd wordt en gaf de GI de opdracht binnen zes maanden een extern perspectiefonderzoek te laten uitvoeren en passende hulpverlening in te zetten. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing werden wel verlengd voor de duur van een jaar, omdat de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige nog niet is weggenomen en terugplaatsing bij de moeder niet haalbaar is.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van de ontwikkeling van de minderjarige. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.