De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zeeland tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen. De zaak betreft de voortzetting van beschermende maatregelen in het belang van de kinderen, die sinds 2010 respectievelijk 2011 onder toezicht staan en sinds 2023 in een pleegzorgvoorziening verblijven.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de minderjarigen nog niet volledig is opgeheven. De kinderen hebben een belast verleden met meerdere verlieservaringen en zijn recent verhuisd naar de pleegvader en zijn partner, waarbij zij ook wekelijks contact hebben met de pleegmoeder. De samenwerking tussen pleegouders en ouders verloopt goed, maar het contact met de voogd is al ruim een jaar verbroken, wat praktische problemen veroorzaakt.
Gezien het advies van de Raad om de voogdij te beëindigen en het belang van continuïteit in de zorg en opvoeding, acht de kinderrechter verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De verlenging wordt toegekend voor zes maanden, met het oog op de afhandeling van het verzoek tot beëindiging van de voogdij binnen die termijn. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de continuïteit van de zorg te waarborgen.