ECLI:NL:RBZWB:2025:7129

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439424 / JE RK 25-1598
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:265b lid 1 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige kinderen bij grootouders

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Zeeland tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij hun grootouders.

De moeder van de kinderen is belast met het ouderlijk gezag. Eerder was al besloten tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de grootouders vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging. De moeder en grootouders hebben sindsdien positieve stappen gezet, waaronder verbeterd contact en samenwerking, en de moeder is al geruime tijd clean van drugs.

Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen nog niet volledig is weggenomen. De gezinssituatie is recent gewijzigd door de komst van een halfzusje, en de relatie tussen moeder en grootouders blijft kwetsbaar. Daarom wordt de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing met een jaar verlengd, waarbij de Stichting Jeugdbescherming als regievoerder betrokken blijft om verdere hulpverlening te coördineren.

De kinderen verblijven nog steeds bij de grootouders, wat in hun belang is. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om continuïteit in de zorg te waarborgen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de drie minderjarige kinderen bij de grootouders worden verlengd tot 19 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/439424 / JE RK 25-1598 (
verzoek [minderjarige 1])
C/02/439428 / JE RK 25-1601 (
verzoek [minderjarige 3])
C/02/439432 / JE RK 25-1602 (
verzoek [minderjarige 2])
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedag 3] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg.
[de grootouders],
hierna te noemen: de grootouders moederszijde (mz),
wonende in [plaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de verzoekschriften met bijlagen van de GI, ontvangen op 2 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • een vertegenwoordigster van de GI;
  • de grootouders mz.
1.3.
De kinderrechter heeft tevens bijzondere toegang verleend aan een collega van mr. Wouters om de mondelinge behandeling als toehoorder bij te wonen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 19 januari 2024 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 januari 2024 en tot 19 oktober 2024. Daarnaast is bij diezelfde beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verleend in het netwerkgezin van de grootouders mz met ingang van 19 januari 2024 en tot 19 oktober 2024.
2.3.
Bij beschikking van 8 oktober 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het netwerkgezin van de grootouders mz verlengd met ingang van 19 oktober 2024 en tot 19 oktober 2025.
2.4.
De kinderen verblijven op grond van die machtiging bij de grootouders mz.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken. In aanvulling op de verzoekschriften licht de GI toe dat de moeder en grootouders mz in de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet en hard hebben gewerkt om het voor de kinderen op orde te krijgen. Ook is de relatie tussen de moeder en de grootouders mz verbeterd. De komende periode wil de GI verder gaan met het uitbreiden van de contacten tussen de moeder en de kinderen en het monitoren daarvan, waarbij de GI ook zal kijken naar de wens van [minderjarige 1] om bij de moeder te logeren. Verder wil de GI verder gaan met passende hulpverlening inzetten voor de kinderen. [minderjarige 1] is recent al aangemeld bij Basic Trust. Tot slot geeft de GI aan dat er op termijn kan worden toegewerkt naar het vrijwillig kader, mits de rust en het vertrouwen blijft.
4.2.
Door en namens de moeder is aangegeven dat de moeder het eens is met de verzoeken. De kinderen hebben het goed bij grootouders mz, de samenwerking tussen grootouders mz en de moeder is verbeterd en het contact met de kinderen is uitgebreid. De moeder ziet de kinderen om de week na school voor vier uur en sinds kort komen zij ook één keer per maand op zondag van 13.00 tot 19.00 uur. Er zijn positieve stappen gezet, maar het is nog niet klaar. De moeder wil nog verdere stappen zetten en de contacten met de kinderen verder uitbreiden. Verder vindt de moeder het belangrijk dat er zicht blijft op de kinderen en op haarzelf. Zij heeft voor nu geen vertrouwen in het vrijwillig kader. Tot slot benoemt de advocaat van de moeder nog dat de moeder bijna twee jaar clean is, dat zij geen zucht naar drugs heeft en dat de IPT is afgeschaald naar één keer per week.
4.3.
De grootouders mz staan achter de verzoeken. De kinderen ontwikkelen zich goed en kunnen bij grootouders mz blijven wonen. Zij zijn trots op de moeder en de stappen die zij heeft gezet. De grootouders mz zien dat de kinderen van de bezoeken met de moeder genieten en dat zij meer vertrouwen in de moeder krijgen. Ook grootouders mz hebben meer vertrouwen in de moeder en het contact en de samenwerking is verbeterd. Tot slot hebben de grootouders mz op dit moment ook geen vertrouwen in het vrijwillig kader.
4.4.
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige 1] verteld dat zij bij grootouders mz wil blijven wonen en dat de bezoeken met de moeder heel erg goed gaan. In de toekomst zou [minderjarige 1] bij haar moeder willen logeren. Ook vindt [minderjarige 1] het leuk dat zij een (half)zusje heeft. Verder gaat het op school goed en doet [minderjarige 1] na school leuke dingen.
4.5.
Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige 2] aangegeven dat het goed gaat op school, dat de bezoeken met de moeder fijn zijn en dat hij het leuk vindt dat hij een (half)zusje heeft. [minderjarige 2] vindt het verder fijn bij grootouders mz. Hij kan goed met opa praten als hij bijvoorbeeld verdrietig is en oma is erg lief voor [minderjarige 2] . [minderjarige 2] vindt het goed zoals het nu is, maar hij gaat niet graag naar [accommodatie] .

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan wettelijke criteria en zal de – onweersproken – verzoeken tot het verlengen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het netwerkgezin van de grootouders mz toewijzen voor de duur zoals verzocht, te weten met ingang van 19 oktober 2025 en tot 19 oktober 2026. Zij legt dit hierna uit.
5.4.
De kinderrechter stelt vast dat er in de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet door zowel de moeder als grootouders mz. Het contact tussen de moeder en de kinderen is uitgebreid en dat verloopt goed. Dat hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook tegen de kinderrechter verteld, waarbij [minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij in de toekomst graag bij de moeder zou willen logeren. Daarnaast is het vertrouwen van de kinderen en de grootouders mz in de moeder gegroeid, is het contact en de samenwerking tussen de moeder en grootouders mz verbeterd en is de moeder al een geruime tijd clean. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is de kinderrechter van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen nog niet volledig is weggenomen en dat er nog stappen moeten worden gezet. Het is de kinderrechter gebleken dat er in het verleden veel is gebeurd en dat de moeder eerder te maken heeft gehad met instabiliteit en (terugvallen in) drugsgebruik. Daarnaast is de gezinssamenstelling door de komst van het (half)zusje recent gewijzigd, is de onderlinge relatie tussen de moeder en grootouders mz nog kwetsbaar en is het belangrijk dat er zicht blijft op de ontwikkeling van de kinderen en dat er passende hulpverlening wordt ingezet. Om die reden is de kinderrechter van oordeel dat de GI langer als regievoerder betrokken moet blijven. Verder stelt de kinderrechter vast dat grootouders mz goed lijken aan te sluiten bij de behoeften van de kinderen, dat zij in de opvoedsituatie bij grootouders mz rust, voorspelbaarheid en duidelijkheid ervaren en dat zowel de moeder als grootouders mz achter de plaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij grootouders mz staan. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de plaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het netwerkpleeggezin bij grootouders mz moet worden gecontinueerd, nu dit in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen is. Zij zal de maatregelen voor een jaar verlengen, zodat er het komende jaar duidelijkheid en rust is en de moeder (en grootouders mz) samen met de GI en de hulpverlening de positieve ontwikkelingen kunnen voortzetten.
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 19 oktober 2025 tot 19 oktober 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in het netwerkgezin van de grootouders mz met ingang van 19 oktober 2025 tot 19 oktober 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.