De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2009, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige was eerder tijdelijk uit huis geplaatst, maar woont nu weer bij zijn moeder en haar partner. De kinderrechter constateert zorgen over verbale en mogelijk fysieke agressie van de partner van de moeder, gedragsproblemen en mogelijk drugsgebruik van de minderjarige, en onvoldoende zicht op de thuissituatie door de jeugdbeschermer.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en staat open voor hulpverlening, maar heeft nog onvoldoende kunnen profiteren van de geboden hulp. De kinderrechter acht vrijwillige hulpverlening niet toereikend en acht een gedwongen kader noodzakelijk. De ondertoezichtstelling wordt daarom voor de duur van een jaar toegewezen, met als doel het creëren van een veilige en stabiele opvoedsituatie, het verkrijgen van inzicht in de gehechtheidsrelaties en het inzetten van passende hulpverlening.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen, en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak. De kinderrechter geeft de gecertificeerde instelling de opdracht regie te voeren en de belangen van de minderjarige te bewaken.