ECLI:NL:RBZWB:2025:7139

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440098 / FA RK 25-4887
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en ernstige zorgbehoefte

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 oktober 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1944, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan dementie en vertoont cognitieve achteruitgang, agressief gedrag en wanbeelden, wat leidt tot ernstige onrust in de thuissituatie en overbelasting van zijn partner.

Tijdens de zitting, gehouden op het thuisadres van betrokkene, werden betrokkene, zijn advocaat, casemanager, partner en kinderen gehoord. De casemanager en familieleden gaven aan dat de zorgzwaarte toeneemt, de partner overbelast is en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Betrokkene zelf verzet zich tegen opname en erkent de problematiek niet.

De rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen en getuigenverklaringen dat betrokkene ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang dreigt, en dat opname noodzakelijk is omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 2 april 2026, met het oog op het bieden van passende zorg en het ontlasten van de partner.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden wegens ernstige psychogeriatrische problematiek en overbelasting van de partner.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440098 / FA RK 25-4887
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een machtiging voor als bedoeld in artikel 24 Wet Pro zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 op het thuisadres van betrokkene. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de casemanager, [persoon 1] ;
  • de partner van betrokkene, [persoon 2] ;
  • de dochter van betrokkene, [persoon 3] ;
  • de zoon van betrokkene, [persoon 4] .

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene brengt naar voren dat hij niet begrijpt waarom de rechtbank bij hem thuis is. Het gaat goed met hem en hij kan gewoon thuis blijven wonen. Hij heeft hard gewerkt voor zijn woning en wil zijn familie niet kwijt.
3.2.
De casemanager verklaart, samengevat, dat betrokkene cognitief achteruit gaat en snel boos, (verbaal) agressief en opstandig is. Hierdoor neemt de onrust in de thuissituatie alsmaar toe. Ook de nachten verlopen wisselend doordat betrokkene regelmatig wakker is. De partner van betrokkene kan de toenemende zorg voor betrokkene niet meer dragen. Zij is overbelast en komt niet (meer) aan haar eigen nachtrust toe. Ook bij de zorgboerderij, waar betrokkene twee dagen verblijft, wordt opgemerkt dat de zorgzwaarte toeneemt. Naast de zorgboerderij komt Thuiszorg zes keer in de week om te assisteren met de ochtendzorg en is er iedere vrijdag thuisbegeleiding om de partner te ontlasten. In overleg met de huisarts is ook onrustmedicatie ingezet. Ondanks deze maatregelen neemt de onrust in de thuissituatie en de overbelasting van de partner toe. Een opname is dan ook noodzakelijk voor betrokkene en is mede in het belang van zijn partner. De zorgadviseur is op zoek naar een plek dicht bij het thuisadres van betrokkene. Op dit moment ligt er een aanvraag bij [locatie] .
3.3.
De dochter van betrokkene vertelt dat betrokkene achterdochtig is en waanbeelden heeft. Hij uit valse beschuldigingen richting haar moeder en heeft haar al meerdere keren bedreigd. De dochter van betrokkene geeft aan dat haar moeder het niet meer volhoudt. Zij is overbelast en haar nachtrust is verstoord. De dochter van betrokkene hoopt dat betrokkene opgenomen wordt en de zorg krijgt die hij nodig heeft. Op die manier kan zij hopelijk nog een tijd van haar beide ouders genieten.
3.4.
De partner van betrokkene onderschrijft het standpunt van haar dochter. Betrokkene is erg wantrouwend en beschuldigt haar ervan dat zij een andere partner heeft, terwijl dat niet waar is. Ook heeft betrokkene haar meerdere malen bedreigd. Zij en betrokkene zijn al 55 jaar samen. De partner van betrokkene heeft daarom ook zo lang mogelijk geprobeerd om voor betrokkene te zorgen, maar de laatste tijd is de situatie onhoudbaar geworden.
3.5.
De zoon van betrokkene sluit zich aan bij de standpunten van de dochter en de partner van betrokkene.
3.6.
De advocaat voert, samengevat, aan dat dit een zeer ingrijpende beslissing voor het hele gezin betreft. Betrokkene herkent zich niet in de problematiek, maar uit de stukken blijkt duidelijk dat er veel zorgen zijn. Er is al veel hulpverlening ingezet maar dat heeft onvoldoende geholpen. De advocaat onderschrijft dat thuis blijven wonen voor betrokkene een moeilijke opgave gaat zijn. Hij refereert zich dan ook aan het oordeel van de rechtbank.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnosticeerd met dementie.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat de zorgbehoefte van betrokkene is toegenomen. Betrokkene gaat cognitief achteruit. Hij is snel geagiteerd en verbaal agressief. Op de zorgboerderij veroorzaakt betrokkene onrust en richting zijn partner is er sprake van achterdocht. Betrokkene heeft waanbeelden en is ervan overtuigd dat zijn partner vreemdgaat. Hij heeft zijn partner daardoor al meerdere keren bedreigd. Betrokkene heeft onrustmedicatie gekregen, maar dit werkt onvoldoende. De partner van betrokkene kan fysiek en verbaal niet tegen betrokkene op. De partner van betrokkene heeft lange tijd haar grenzen verlegd om voor betrokkene te zorgen maar op dit moment wordt zij te zwaar belast en is zij niet meer in staat de zorg en toezicht te bieden die betrokkene nodig heeft.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij weigert opgenomen te worden, wat hij de rechtbank ook duidelijk te kennen heeft gegeven. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en geeft herhaaldelijk aan zijn woning niet te gaan verlaten.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurs zorg en begeleiding nodig heeft. In de thuissituatie van betrokkene zijn de grenzen bereikt. De partner van betrokkene is overbelast en heeft geen energie meer om voor betrokkene te zorgen. Op dit moment is er maximale inzet van thuiszorg en begeleiding, maar ook dat is niet voldoende gebleken om de veiligheid en gezondheid van betrokkene en zijn partner te waarborgen. Al het voorgaande maakt dat er geen andere en minder zware alternatieven beschikbaar zijn. Gebleken is dat er een opname voor betrokkene is aangevraagd bij [locatie] . De rechtbank hoopt dat betrokkene daar zo snel mogelijk terecht kan zodat hij de hulp krijgt die hij nodig heeft en de overbelasting van zijn partner wordt afgewend.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 april 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.