De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 oktober 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1944, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan dementie en vertoont cognitieve achteruitgang, agressief gedrag en wanbeelden, wat leidt tot ernstige onrust in de thuissituatie en overbelasting van zijn partner.
Tijdens de zitting, gehouden op het thuisadres van betrokkene, werden betrokkene, zijn advocaat, casemanager, partner en kinderen gehoord. De casemanager en familieleden gaven aan dat de zorgzwaarte toeneemt, de partner overbelast is en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Betrokkene zelf verzet zich tegen opname en erkent de problematiek niet.
De rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen en getuigenverklaringen dat betrokkene ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang dreigt, en dat opname noodzakelijk is omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 2 april 2026, met het oog op het bieden van passende zorg en het ontlasten van de partner.