ECLI:NL:RBZWB:2025:7141

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440094 / FA RK 25-4884
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met beperkte zorgmodaliteiten

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2002, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De eerdere machtiging liep tot 29 oktober 2025. De officier verzocht om verlenging met diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, opname, insluiten en controle op gedrag-beïnvloedende middelen.

Betrokkene gaf aan dat het beter met hem gaat, maar dat hij de machtiging als steun ervaart en liever orale medicatie slikt. De casemanager meldde dat betrokkene onvoldoende medicatie inneemt en beperkte motivatie toont voor herstel. De casemanager achtte opname en insluiten alleen nodig bij terugval. De advocaat voerde aan dat insluiten een te vergaande maatregel is gezien de stabiele fase.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder agressie en zelfverwaarlozing, en dat vrijwillige zorg onvoldoende is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk. De rechtbank verleende de machtiging voor twaalf maanden met medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, beperkingen in levensinrichting en opname, maar wees insluiten en controle op middelengebruik af omdat deze niet voorzienbaar zijn. De duur werd niet beperkt om onrust te voorkomen en herstel te bevorderen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met bepaalde verplichte zorgvormen, maar wijst insluiten en controle op middelengebruik af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440094 / FA RK 25-4884
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [geboorteplaats] ,
advocaat: mr. G.J. Woodrow uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 bij de accommodatie van [accommodatie] aan de [adres] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de casemanager, [persoon] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 29 april 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 29 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Hij vult zijn dagen in met hobby’s en sporten en de band tussen hem en zijn vader is verbeterd. Wat het middelengebruik betreft, geeft betrokkene aan dat hij alleen in het weekend cannabis gebruikt. Hoewel het beter met hem gaat, vindt betrokkene het een veilig gevoel als de zorgmachtiging wordt verleend. Hij woont namelijk nog steeds bij zijn vader en wil niet weer in een psychose raken. Wel geeft betrokkene aan dat hij liever orale medicatie slikt. Als depotmedicatie toch nodig is, wil hij een lichte dosering.
4.2.
De casemanager verklaart, samengevat, dat hij betrokkene pas heeft leren kennen na de periode waarin hij de belevingen over zijn vader had. Sinds dat moment is de situatie van betrokkene redelijk gelijk gebleven. Betrokkene geeft nog steeds wisselende antwoorden als het over zijn vader gaat. De ene keer geeft hij aan dat hij zijn vader niet vertrouwt en de andere keer zegt hij dat hij aan de relatie met zijn vader wil werken. Het uitgangspunt is dat het herstel van een psychose een jaar duurt. Hierin speelt echter wel mee wat er in iemands leven speelt. Een van de belangrijkste aspecten voor herstel is stabiliteit in de vorm van een zinvolle dagbesteding en structuur. Binnen de behandeling is het nog niet gelukt om te werken aan deze stabiliteit. Betrokkene accepteert het als de zorgverleners bij hem langskomen, maar de motivatie om te werken aan andere leefgebieden, zoals werk en opleiding, is nog niet aanwezig. Een ander aspect van de behandeling is medicatie. Betrokkene gebruikt nu orale medicatie maar na een bloedonderzoek is gebleken dat betrokkene deze medicatie niet inneemt. Recentelijk is met de regiebehandelaar dan ook afgesproken om depotmedicatie in te zetten. Een zorgmachtiging is noodzakelijk om de medicatie goed in te stellen en vervolgens te werken aan de andere facetten die nodig zijn voor herstel.
Wat de vormen van verplichte zorg betreft, geeft de casemanager aan dat het de bedoeling is dat betrokkene niet meer wordt opgenomen. Als betrokkene toch opgenomen moet worden, zou ‘insluiten’ nodig kunnen zijn omdat betrokkene fysiek agressief kan zijn. Ook het ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ zal enkel nodig zijn als betrokkene wordt opgenomen en de zorgverleners vermoeden dat hij verdovende middelen bij zich heeft. Het ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ ziet op het nakomen van de afspraken met de zorgverleners. Betrokkene houdt zich namelijk niet consequent aan de afspraken.
4.3.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene liever geen zorgmachtiging wil, maar de zorgmachtiging ook als een vorm van steun ervaart. De advocaat refereert zich dan ook aan het oordeel van de rechtbank met inachtneming van de navolgende opmerkingen. De vormen van verplichte zorg kunnen enkel opgenomen worden als het voorzienbaar is dat deze zorgmodaliteiten nodig gaan zijn. Op dit moment wordt ingezet op medicatie en begeleiding in het ambulante kader. De casemanager heeft aangegeven dat ‘opnemen in een accommodatie’ alleen zal worden toegepast als er sprake is van een terugval. Nu deze zorgmodaliteit fungeert als vangnet verzoekt de advocaat om te beoordelen of deze in duur beperkt kan worden. ‘Insluiten’ is een zorgmodaliteit die de vrijheid van betrokkene in vergaande mate inperkt. Gebleken is dat de psychose ver in remissie is. Het opnemen van de zorgvorm ’insluiten’ voelt voor betrokkene weer als een grote stap achteruit, terwijl de noodzaak daarvan onvoldoende vast is komen te staan.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanuit een psychotisch toestandsbeeld forse agressie vertoont richting zijn vader. Betrokkene heeft de overtuiging dat zijn jongere broertje door zijn vader wordt mishandeld en misbruikt. Hij heeft zijn vader met een mes bedreigd en zijn autobanden lek gestoken waarna hij met een crisismaatregel is opgenomen. Daarbij lijkt betrokkene onvoldoende in staat deel te nemen aan het sociaal-maatschappelijk leven en is er sprake van zelfverwaarlozing. Betrokkene gebruikt cannabis, maar lijkt dit niet te associëren met zijn psychotische toestandsbeeld. Ook toont betrokkene weinig motivatie om zich te ontwikkelen. Tijdens de crisisopname was er sprake van overmatig cannabisgebruik en vluchtgedrag. Sinds juni 2025 is betrokkene in zorg bij het VIP-team. Er is sprake van een gedeeltelijke remissie van de psychose, maar het beeld is nog instabiel en de behandelmotivatie blijft beperkt. Bovendien blijft betrokkene met momenten een passief-agressieve houding vertonen richting zijn vader en geeft hij weinig openheid over zijn gedachten. Er is dan ook nog onvoldoende sprake van herstel en het risico op een terugval bij het wegvallen van de zorg is aanwezig.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een beperkt ziektebesef. Hij lijkt de noodzaak van medicatie en behandeling onvoldoende in te zien. Gebleken is ook dat betrokkene zijn orale medicatie niet consequent inneemt waardoor nu ingezet gaat worden op depotmedicatie. Daarbij biedt het VIP-team betrokkene diverse mogelijkheden om te werken aan duurzame stabiliteit, zoals een zinvolle dagbesteding, maar toont betrokkene daarvoor onvoldoende motivatie en komt hij zijn afspraken niet altijd na. Ook de nadelige gevolgen van het middelengebruik op zijn psychische gesteldheid lijkt betrokkene niet in te zien. Voor verder herstel is het noodzakelijk dat betrokkene consequent zijn medicatie in blijft nemen, inzicht krijgt in de factoren die het psychotisch toestandsbeeld hebben uitgelokt en gaat werken aan duurzame stabiliteit. Gelet op de ambivalente houding van betrokkene is daarvoor verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
– hieronder dient te worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
De verzochte vormen van verplichte zorg ‘insluiten’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging, omdat het niet voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg toegepast gaan worden. De casemanager heeft aangegeven dat deze vormen van verplichte zorg op dit moment niet worden toegepast. Het enkele argument dat deze zorgvormen mogelijk bij een opname nodig kunnen zijn, acht de rechtbank onvoldoende om dergelijke vergaande vormen van verplichte zorg toe te wijzen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank acht het niet in het belang van betrokkene om de zorgmachtiging, of specifieke vormen van verplichte zorg, in duur te beperken. De situatie van betrokkene is nog instabiel en onvoorspelbaar. Een kortere duur zou kunnen betekenen dat na een paar maanden weer toegewerkt moet worden naar een nieuw verzoek. Dit zal voor betrokkene onrust meebrengen, terwijl hij juist rust nodig heeft om te kunnen werken aan een duurzame en stabiele situatie. De rechtbank gaat er daarbij wel van uit dat de zorgverleners telkens voor de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg zullen kiezen en de toegewezen zorgvormen niet langer dan noodzakelijk zullen aanwenden. Het uitgangspunt en voorwaarde in de Wvggz voor de toepassing van verplichte zorg is namelijk dat verplichte zorg altijd zo beperkt mogelijk moet worden toegepast.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.