ECLI:NL:RBZWB:2025:7142

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439886 / FA RK 25-4765
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorgHR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg na weigering betrokkene

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene met ernstige psychische stoornissen. Betrokkene verscheen niet bij de zittingen, ondanks correcte oproep, en toonde verzet tegen medicatie en zorg.

De onafhankelijke psychiater kon betrokkene niet persoonlijk onderzoeken, maar heeft voldoende inspanningen geleverd door meerdere bezoeken, waaronder onaangekondigd, wat de rechtbank als deugdelijk onderzoek beoordeelde. De medische verklaring voldeed daarmee aan de wettelijke eisen.

De rechtbank constateerde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen, depressieve en verslavingsstoornissen, met ernstig nadeel zoals levensgevaar, zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg was niet mogelijk door zorgmijding en medicatieweigering.

De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor twaalf maanden, met verplichte medicatie en beperkingen in vrijheid die betrokkene verplichten contact te onderhouden met het ambulant behandelteam en aanwijzingen op te volgen. Medische controles werden niet als noodzakelijke verplichte zorg erkend. De machtiging is evenredig, noodzakelijk en effectief geacht.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte medicatie en beperkingen in vrijheid van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439886 / FA RK 25-4765
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 september 2025;
  • het e-mailbericht van de bewindvoerder van betrokkene van 23 september 2025;
  • het proces-verbaal van 26 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 26 september 2025 op de locatie van [accommodatie] aan [adres] . Hoewel betrokkene correct voor de zitting was opgeroepen, is zij niet verschenen. De rechtbank heeft de zaak daarom aangehouden tot 2 oktober 2025 om betrokkene de gelegenheid te geven alsnog te worden gehoord.
1.3.
Op 2 oktober 2025 heeft de rechtbank de zitting voortgezet op de locatie van [accommodatie] aan [adres] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • de leefcoach van [accommodatie] , [persoon 1] ;
  • de casemanager, [persoon 2] .
De mentor, [persoon 3] ( [bewindvoering] ), was niet aanwezig en heeft schriftelijk gereageerd.
1.4.
De rechtbank constateert dat betrokkene opnieuw niet is verschenen, terwijl de rechtbank betrokkene correct heeft opgeroepen. De leefcoach heeft de rechtbank ook te kennen gegeven dat betrokkene van de zitting op de hoogte was maar heeft aangegeven niet te zullen verschijnen vanwege een verkoudheid.
1.5.
Gelet op het spoedeisende karakter van het verzoek en nu het niet de verwachting is dat betrokkene bij een nieuwe oproeping wel zal verschijnen en door de rechtbank gehoord wil worden, besluit de rechtbank, met instemming van de advocaat, om de zitting voort te zetten in afwezigheid van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 5 november 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 5 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
De leefcoach brengt, samengevat, naar voren dat het steeds slechter met betrokkene gaat. In het begin was betrokkene open naar de leefcoach, maar de laatste tijd sluit zij zich steeds verder af. Daarbij kan betrokkene steeds sneller geagiteerd en verbaal agressief reageren. Betrokkene blijft soms dagen weg zonder dat iemand weet waar zij verblijft. Ook haar zelfzorg neemt dermate af. Betrokkene is daarbij een kwetsbare vrouw. Zij gebruikt verdovende middelen en heeft op een verkeerde manier contact met mannen om aan geld te komen. De leefcoach verstrekt de medicatie aan betrokkene en merkt op dat betrokkene de medicatie niet meer inneemt. Betrokkene geeft aan dat de medicatie haar niet helpt en wordt boos als haar verzocht wordt deze toch in te nemen. Ook tegen de depotmedicatie verzet betrokkene zich steeds meer. De leefcoach acht een zorgmachtiging noodzakelijk om betrokkene te beschermen. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn noodzakelijk. Het verrichten van medische controles is nodig om de bloedsuikerwaarde van betrokkene te meten in verband met haar diabetes. In principe laat betrokkene dat toe, maar zij vindt de prik een vervelende ingreep.
4.2.
De casemanager onderschrijft het standpunt van de leefcoach. Hij voegt daaraan, samengevat, toe dat hij sinds kort betrokken is in het kader van behandeling en depotverstrekking. Hij merkt daarbij op dat er altijd sprake is van een vorm van verzet bij betrokkene. De casemanager probeert betrokkene iedere week op te zoeken, maar zij is vrijwel nooit bij [accommodatie] , ook niet voor de depotverstrekking. Betrokkene is ook telefonisch niet bereikbaar. Het contact wat de casemanager met betrokkene heeft, is zeer wisselend. De ene keer kan zij positief zijn over dingen die zij heeft meegemaakt. De andere keer doet zij uitspraken dat het voor haar niet meer hoeft en dat zij beter dood kan zijn. Deze zorgelijke uitspraken doet zij de afgelopen tijd steeds meer. De casemanager maakt zich daar grote zorgen over. Wat de medicatie betreft, geeft betrokkene aan dat zij geen depotmedicatie wil. De casemanager ziet echter dat het wel beter gaat met betrokkene als zij de depotmedicatie heeft gekregen. Op verzoek van betrokkene is de depotverstrekking nu om de twee weken in plaats van drie weken omdat zij de ingreep heel vervelend vindt. Het beeld wat nu wordt verkregen is dat de situatie van betrokkene de laatste paar dagen voor de nieuwe depotverstrekking verslechterd. Op korte termijn staat een afspraak gepland om met de persoonlijke coaches van betrokkene te kijken wat betrokkene nodig heeft en of haar medicatie nog toereikend is.
4.3.
De advocaat stelt, samengevat, dat aan alle wettelijke vereisten wordt voldaan. Er is geen reden om te twijfelen aan de gestelde diagnose en het ernstig nadeel. Ook is er bij betrokkene nog altijd sprake van verzet. De onafhankelijke psychiater heeft betrokkene in het kader van de medische verklaring niet in persoon gesproken, maar de advocaat ziet dat hij daartoe wel voldoende inspanningen heeft gedaan. Wat de vormen van verplichte zorg betreft, betwijfelt de advocaat of ‘het verrichten van medische controles’ noodzakelijk is nu dat voornamelijk ziet op de diabetes van betrokkene en dit vrijwillig plaats kan vinden. Over de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ voert de advocaat aan dat betrokkene niet in het bezit is van communicatiemiddelen. Zij heeft geen eigen telefoon.

5.De beoordeling

Medische verklaring
5.1.
Allereerst staat de rechtbank voor de vraag of het verzoek inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank heeft geconstateerd dat betrokkene in het kader van het opstellen van de medische verklaring niet in persoon is onderzocht. Voor de rechtbank daadwerkelijk tot een inhoudelijke behandeling komt, dient zij zich te buigen over de vraag of de onafhankelijk psychiater redelijkerwijs gedaan heeft wat van hem mag worden verwacht om betrokkene te kunnen onderzoeken.
5.2.
Aan het onderzoek van een betrokkene door een onafhankelijke medische deskundige moeten - gelet op de inbreuken in de persoonlijke levenssfeer die rechterlijke machtigingen op grond van de Wvggz meebrengen - zware eisen worden gesteld. Het uitgangspunt is dat een betrokkene persoonlijk door een onafhankelijke psychiater wordt onderzocht. Afwijken van de hoofdregel is mogelijk in uitzonderingsgevallen. Zoals ook blijkt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, mag worden verwacht dat voor het uitvoeren van zodanig onderzoek de nodige inspanningen worden verricht. De onafhankelijk psychiater zal in zijn medische verklaring moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. [1]
5.3.
In dit geval heeft de onafhankelijke psychiater betrokkene driemaal thuis bezocht. Op 27 augustus 2025 en 3 september 2025 was het bezoek van de onafhankelijk psychiater aangekondigd. Op 11 september 2025 ging de onafhankelijk psychiater onaangekondigd bij betrokkene langs. In alle drie de gevallen heeft de psychiater betrokkene niet thuis aangetroffen. De begeleiders van betrokkene gaven aan dat betrokkene net voordat de onafhankelijke psychiater arriveerde, was vertrokken.
5.4.
De rechtbank oordeelt dat de onafhankelijk psychiater heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden om het vereiste onderzoek te laten plaatsvinden en neemt daarbij in aanmerking dat op verschillende momenten en wijzen is geprobeerd om met betrokkene in contact te komen. Gezien de weigerachtige houding van betrokkene lijkt het de rechtbank onwaarschijnlijk dat bij meer of andere pogingen het de onafhankelijk psychiater wél was gelukt om met betrokkene in contact te komen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onafhankelijk psychiater hiermee de nodige inspanningen heeft geleverd om het onderzoek te verrichten. Hierdoor is er sprake van een deugdelijk medisch onderzoek van betrokkene en voldoet de medische verklaring aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. De rechtbank acht zichzelf daarmee in staat om te beoordelen of is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt voor het afgeven van een zorgmachtiging.
Inhoudelijke beoordeling
5.5.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.6.
Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.7.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.8.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten tijde van een psychotische decompensatie ernstig maatschappelijk teloorgaat. Zo is zij twee jaar geleden dakloos geraakt omdat zij een woningbrand heeft veroorzaakt door in slaap te vallen met een brandende sigaret. Op dit moment verblijft zij bij [accommodatie] maar is zij regelmatig dagenlang weg. Voor de zorgverleners is het onduidelijk waar betrokkene dan verblijft. Betrokkene heeft op alle levensgebieden begeleiding nodig. De afgelopen periode is de zorgbehoefte van betrokkene toegenomen. Er is een toename van verward gedrag en zucht naar verdovende middelen. Bovendien is betrokkene steeds sneller geagiteerd en achterdochtig waarbij zij vaak verbaal agressief gedrag vertoont. Betrokkene is een kwetsbare vrouw. Er is sprake van forse zelfverwaarlozing en betrokkene is niet in staat adequaat medicatie in te nemen voor haar diabetes type II. Vanuit haar zucht naar verdovende middelen houdt zij zich op een verkeerde manier op met mannen om aan geld te komen. Ook de suïcidale uitspraken die betrokkene doet, benadrukken de zorgwekkende situatie waar zij zich in bevindt.
5.9.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.10.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en is zorgmijdend. Zij komt afspraken met de hulpverlening niet na en komt herhaaldelijk niet opdagen bij haar depotverstrekking. Daarbij is gebleken dat zij haar orale medicatie niet consequent inneemt. De casemanager heeft aangegeven dat de psychotische symptomen bij betrokkene toenemen op het moment dat zij geen medicatie gebruikt met alle gevolgen van dien. Dat moet naar het oordeel van rechtbank voorkomen worden. Om die reden is verplichte zorg nodig.
5.11.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.11.1.
De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging. De leefcoach heeft aangegeven dat er enkel medische controles worden verricht in verband met de diabetes van betrokkene. De rechtbank is van oordeel dat de vormen van verplichte zorg enkel toegewezen kunnen worden als zij noodzakelijk zijn in verband met de psychische stoornis(sen) van betrokkene.
5.11.2.
De rechtbank bepaalt daarbij dat onder ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken omdat betrokkene niet in het bezit is van een telefoon.
5.12.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.13.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.14.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 5.11.2;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1509.