ECLI:NL:RBZWB:2025:7143

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/440263 / FA RK 25-4984
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging met opname en insluiten op prikkelarme IC-afdeling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 oktober 2025 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot wijziging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, gediagnosticeerd met een bipolaire-stemmingsstoornis en recent opgenomen wegens een manisch psychotisch toestandsbeeld, vertoonde ernstig ontremd en agressief gedrag, mede veroorzaakt door prikkelgevoeligheid.

De rechtbank nam kennis van de situatie waarin betrokkene ondanks eerdere zorgmaatregelen zoals medicatie en bewegingsbeperkingen, prikkelarm verpleegd moest worden op een IC-afdeling waar insluiten noodzakelijk is. Betrokkene wilde graag naar huis en verzette zich tegen isolatie, maar de verpleegkundig specialist stelde dat de huidige zorgomgeving noodzakelijk is voor haar herstel en veiligheid.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat de gevraagde wijziging proportioneel en noodzakelijk is om verdere maatschappelijke teloorgang en psychische schade te voorkomen. De zorgmachtiging werd daarom gewijzigd zodat insluiten als aanvullende verplichte zorg kan worden toegepast tot 2 mei 2026.

De rechtbank benadrukte dat de toegewezen zorgvormen zo beperkt mogelijk en niet langer dan noodzakelijk zullen worden toegepast, met het oog op het bevorderen van de veiligheid en het maatschappelijk functioneren van betrokkene.

Uitkomst: De zorgmachtiging is gewijzigd zodat insluiten als aanvullende verplichte zorg kan worden toegepast tot 2 mei 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440263 / FA RK 25-4984
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Beschikking wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende bij de accommodatie van [accommodatie] , [adres] te [plaats] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025 bij de accommodatie van [accommodatie] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • verpleegkundig specialist [persoon 1] .
Verder is gebruik gemaakt van de diensten van de heer [persoon 2] , tolk in de Poolse taal.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 2 mei 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 2 mei 2026 met de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het toedienen van medicatie;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.2.
Bij beschikking van 9 september 2025 heeft de rechtbank voornoemde zorgmachtiging gewijzigd in die zin dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg ook kunnen worden toegepast voor de resterende duur van de zorgmachtiging:
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.
2.3.
Betrokkene verblijft op grond van de zorgmachtiging bij de accommodatie van [accommodatie] in [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging die op 2 mei 2025 voor betrokkene is afgegeven en bij beschikking van 9 september 2025 is gewijzigd, in die zin dat de zorgmachtiging wordt aangevuld met de volgende vorm van verplichte zorg:
- insluiten.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij graag naar huis wil. De omstandigheden bij haar thuis zijn gunstig en zij kan daar haar medicatie innemen. Betrokkene geeft aan dat zij niet geïsoleerd wil worden. De kamer waar zij nu verblijft, vindt zij niet prettig.
4.2.
De verpleegkundig specialist verklaart, samengevat, dat betrokkene na haar opname in de Medisch Psychiatrische Unit (MPU) is teruggekeerd naar de afdeling waar zij verbleef. Opgemerkt werd dat betrokkene zeer prikkelgevoelig was. De prikkels op de afdeling maakte dat betrokkene ontremd gedrag liet zien zoals het naakt rondlopen over de afdeling, urineren in plastic bekers en verblijven op de kamers van mannelijke cliënten. De inzet van extra personeel en het verhogen van toezicht was niet afdoende om een prikkelreductie tot stand te brengen. Daardoor waren de zorgverleners genoodzaakt om betrokkene naar een prikkelarme IC-afdeling te verplaatsen waaronder insluiten toegepast diende te worden. Sinds betrokkene op de prikkelarme IC-afdeling verblijft, is verbetering zichtbaar. Het voordeel van deze plek is dat betrokkene niet van kamer hoeft te wisselen als de prikkels haar te veel worden. Er is een pril herstel zichtbaar, maar betrokkene wordt nog actief behandeld. Daarbij moet betrokkene nog op de juiste spiegel wat betreft medicatie worden ingesteld. Het doel is om betrokkene zo snel mogelijk naar huis te laten gaan, maar daarvoor zal eerst de tussenstap naar een reguliere afdeling goed moeten verlopen.
4.3.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene graag naar huis wil. De advocaat heeft haar proberen uit te leggen dat de rechtbank daar vandaag geen beslissing over gaat nemen. De verzochte wijziging ziet op de kamer waar betrokkene nu verblijft omdat dat op een IC-afdeling is. Betrokkene heeft daarop aangegeven dat zij liever niet in de kamer op de IC-afdeling verblijft. Gelet op het standpunt van betrokkene verzoekt de advocaat dan ook het verzoek af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene is gediagnosticeerd met een bipolaire-stemmingsstoornis en is gekend met gebruik van alcohol en drugs in het verleden. Betrokkene is recentelijk opgenomen in verband met een manisch psychotisch toestandsbeeld en het herstel verloopt moeizaam. Na een kortdurende opname op de MPU in het ziekenhuis is betrokkene teruggekeerd naar de afdeling. Vanuit haar manisch psychotisch toestandsbeeld veroorzaakt betrokkene veel overlast. Zij is gevoelig voor prikkels en laat daardoor (seksueel) ontremd gedrag zien zoals het ontkleed rondlopen op de afdeling, het urineren op ongepaste plekken en het binnengaan van de kamers van medecliënten. Daarbij vertoont zij agressief gedrag richting medecliënten en zorgverleners. Naar het oordeel van de rechtbank levert de huidige situatie ernstig nadeel op in de vorm van maatschappelijke teloorgang, agressie vertonen en agressie over zichzelf afroepen, alsook psychische schade.
5.3.
Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
5.4.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank
betrekt hierin dat uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene zich regelmatig aan de noodzakelijke zorg heeft onttrokken. Het ontbreekt betrokkene daarbij aan ziektebesef en ziekte-inzicht. De zorgverleners hebben getracht de prikkels voor betrokkene te reduceren door het verhogen van toezicht. Dit is echter niet afdoende geweest om het ontremde gedrag van betrokkene te verminderen. De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat betrokkene prikkelarm verpleegd moet worden op een afdeling waar ze intensief begeleid kan worden. Hiervoor is verblijf op de IC-afdeling, waar insluiten toegepast wordt, noodzakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de volgende vorm van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig is:
- insluiten.
5.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.6.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief.
5.7.
Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
5.9.
Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging, zijnde tot 2 mei 2026. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de zorgverleners telkens voor de minst ingrijpende vorm van verplichte zorg zullen kiezen en de toegewezen zorgvormen niet langer dan noodzakelijk zullen aanwenden. Het uitgangspunt en voorwaarde in de Wvggz voor de toepassing van verplichte zorg is namelijk dat verplichte zorg altijd zo beperkt mogelijk moet worden toegepast.
5.10.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijzigt de zorgmachtiging die op 2 mei 2025 is verleend voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wat inhoudt dat de maatregel die in 5.4 staat, te weten insluiten, aanvullend als vorm van verplichte zorg kan worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt voor de resterende duur van de zorgmachtiging en wel en met 2 mei 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025 door mr Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 10 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.